Na Paraty hebben we een nieuwe baai, nu tussen de hoge bergen en helemaal
aan het einde van Saco de Mamangua. Weer zo'n fjord, alleen niet meer dan
een paar meter diep. Het laatste stuk valt bij eb droog en juist hier mond
een klein riviertje in uit, Rio Cairuqu. Dit riviertje komt uit het tropisch
regenwoud en loopt door de mangroven naar zee. Volgens de pilot moet een
bezoekje de moeite waard zijn, dus wij op pad.
Gewapend met o.a. muggenspray en een klein voedselpakket, zoeken we de
ingang van het riviertje, maar dat is nog niet zo gemakkelijk. Een eerste
ingang door het mangrovenbos lijkt dood te lopen en we varen verder. Het is
hoogwater en diep is het er ook niet, hooguit een halve meter. Na een
kilometer vinden we een andere ingang en hier varen we voorzichtig de
mangroven in. De meeste boompjes en struiken staan nog net droog en verder
is alles grijs. Langzaam varen we tussen takken en overhangende bomen door,
overal blub en net erboven uit komen de wortelpunten, waardoor de
mangrovebomen lucht happen. We denken.... als er maar geen slangen in de
bomen hangen en ze moeten al helemaal niet in de boot vallen, deze gedachte
bezorgt ons wel kriebels in de buik. Wel lopen er duizenden en duizenden
krabben. Ze zitten overal en voornamelijk in de bomen en als we onder een
tak doorvaren rennen ze alle kanten op..... Brrr. De grote zijn fel
oranje/rood met grote rode ogen en doen een beetje kriepo aan. Zo wie zo is
deze omgeving een beetje luguber, het doet me aan Indiana Jones denken, die
had ook zoveel kriepo's rondrennen. Aan het eind van het watertje ligt een
kano, zonder bestuurder en verder is alles modder. Het tropische woud is
niet ver weg, maar hier stappen wij echt niet aan wal, echt niet!!! Rustig
aan peddelen we terug, maar dit duurt niet lang, want de mugs en knots
hebben ons ook ontdekt, smeren....spuiten.....we zitten voor we het weten
onder de bulten en varen zo snel als mogelijk op de motor terug naar open
water. Te laat...we zijn vele jeukbultjes rijker.
We varen terug en gaan op zoek naar een andere ingang. Het is prachtig weer
en de zon schijnt volop. Toch maar weer naar het eerste probeersel. Hier
zien we een bootje uit komen, nou dan kunnen wij er ook in... en ja hoor,
het watertje slingert zich door de mangroven en komt na heel veel slingers
uit aan de rand van het tropische woud (Mata Atlantica). De mangroven zijn
hier lang niet zo eng, eigenlijk lijkt het wat op Belt Schutsloot, dat
kanaaltjes varen dan, maar daar houdt de vergelijking eigenlijk ook op.
Prachtige omgeving, hogen bomen, lianen, slingerplanten, varens, palmbomen.
Eerst is het water redelijk diep, maar aan het einde staat er niet zo veel
meer. Nog steeds is het vloed! We horen water stromen en het is helder en
zoet. Nu zijn we op de goede weg, de rivier, het plekje uit pilot is
gevonden.
We leggen de boot aan de ketting en gaan lopend op pad. Na een kwartiertje
vinden we de stroom versnelling. We voelen ons soort Livingstone, die moest
alleen veel hakken en wij kunnen gelukkig een pad bewandelen. Jammer genoeg
is het al laat geworden en nemen we het zwemmen voor lief. De muggen steken
ondertussen nog steeds en wat veel verontrustender is, het wordt eb. We zijn
net op tijd terug, want het water is zeker al 20cm gezakt. Al peddelend en
motorrend, boomstronken en stenen ontwijkend, soms schurend over de grond,
komen we terug op het grote water. Gered....en wat een avontuurlijk ritje
zeg. Terug bij de boot landen we nog even op een strandje en plukken er
(wilde zure) sinasappelen en bananen. Natuurlijk moeten er bellen gaan
rinkelen, als er zoveel vruchten liggen te verrotten, maar bij ons geven ze
pas alarm als we de sinasappel proeven. Zogezegd een bekken
trekker....misschien met een beetje honing erin? Voor we de vruchten
weggooien eerst maar proberen. Onze expeditie dag kon niet meer stuk.
Fotos 1- mooi rood is niet lelijk 2- beetje brrr 3- impressie 4- net Belt
schutsloot
vrijdag 1 juni 2012
genieten
Na al het werk is het tijd voor genieten en trakteren we ons op een mooie
wandeling door het woud van Ilha Grande. Het pad voert ons langs idyllische
strandjes met palmbomen. Overal horen we de Kiekeboe, een dikke mus met een
geel borstje en een lange snavel. Er schijnen ook apen te wonen, die wij
niet hebben gezien, maar anderen wel. Het gaat berg op en berg af, over
stenen en tussen boomwortels door. Uiteindelijk bereiken we de andere kant
van het eiland, met het mooiste strand van de regio, Lopes Mendes. Ondanks
dat het hier winter is liggen er genoeg billetje op het strand.
Na 16 KM zijn we terug en koelen onszelf af met bergwater, wat op veel
plekken naar beneden stroomt. Het wordt door alle zeilers gebruikt voor een
douche en de was, want met het water aan boord moet je zuinig zijn.
Het dorp Abraao is toeristisch, veel pousada's en restaurantjes, maar wel
schattig het heeft alleen zand weggetjes en geen auto's. Echt een strand
dorp.
Ondertussen wordt het tijd verder te varen en zo ankeren we in Lago Azul,
waar we lekker gesnorkelen kan worden, daarna volgt de baai van Sitio
Forte, waar we de "Orca" ontmoeten. Samen met hen genieten we van het
strandleven, drinken bier! en maken een mooie wandeling naar een rivier met
een stroomversnelling bij Saco do Longa. De volgende dag motorren we naar
Paraty, want wind is hier de "fjordenwind", staat altijd uit de verkeerde
richting.
Foto: 1- strandje 2- billetjes op Mendes 3- ff afkoelen 4- samen Orca
wandeling door het woud van Ilha Grande. Het pad voert ons langs idyllische
strandjes met palmbomen. Overal horen we de Kiekeboe, een dikke mus met een
geel borstje en een lange snavel. Er schijnen ook apen te wonen, die wij
niet hebben gezien, maar anderen wel. Het gaat berg op en berg af, over
stenen en tussen boomwortels door. Uiteindelijk bereiken we de andere kant
van het eiland, met het mooiste strand van de regio, Lopes Mendes. Ondanks
dat het hier winter is liggen er genoeg billetje op het strand.
Na 16 KM zijn we terug en koelen onszelf af met bergwater, wat op veel
plekken naar beneden stroomt. Het wordt door alle zeilers gebruikt voor een
douche en de was, want met het water aan boord moet je zuinig zijn.
Het dorp Abraao is toeristisch, veel pousada's en restaurantjes, maar wel
schattig het heeft alleen zand weggetjes en geen auto's. Echt een strand
dorp.
Ondertussen wordt het tijd verder te varen en zo ankeren we in Lago Azul,
waar we lekker gesnorkelen kan worden, daarna volgt de baai van Sitio
Forte, waar we de "Orca" ontmoeten. Samen met hen genieten we van het
strandleven, drinken bier! en maken een mooie wandeling naar een rivier met
een stroomversnelling bij Saco do Longa. De volgende dag motorren we naar
Paraty, want wind is hier de "fjordenwind", staat altijd uit de verkeerde
richting.
Foto: 1- strandje 2- billetjes op Mendes 3- ff afkoelen 4- samen Orca
De klus na Rio
Na Rio, bevinden we ons nu in een bergachtig gebied rond Ilha Grande. Het
hele gebied tot ca. 270km ten westen van Rio wordt de Costa Verde genoemd,
een dichtbegroeide (groene) kuststrook, met bergen, tropisch regenwoud,
eilandjes en stranden.
Nog net voor donker "landen" we voor het dorp Abraao op Ilha Grande wat in
het Portugees beschutte baai betekent. We zijn in een prachtig omgeving
beland met het tropisch regenwoud voor de deur. Het doet idyllisch aan en
we zullen het er vast wel naar de zin hebben. Toch hebben we eerst nog een
loodzware kus te doen. Onderweg hier naar toe merkten we al dat SantanA op
de "handrem" bleef staan en de schroef resoneerde ook behoorlijk.
Het onderwaterschip....zwaar vervuild.
In totaal zijn we twee weken aan het krabben en poetsen gegaan, wat een klus
zeg. Het was een centimeters dikke laag van pokken, prut en ander
ongedierte, wat vol zat met een soort garnaaltje of krabbetje en die beten!!
Als marsmannetjes gingen we te water, gewapend met ijskrabbers en trespa
plankjes. Eerst effen plassen en dan adem in en onder de boot duiken. Zoveel
mogelijk krabben om vervolgens blauw boven te komen en dan eerst even
bijkomen alvorens de volgende duik te nemen.
Voor het eerst was de zwaardkast ook vervuild met een dikke laag shit en dan
moet ik echt onder de boot hangen en met m'n arm in de kast proberen de shit
te verwijderen. Voordat ik dan in positie ben om aan het werk te gaan, heb
ik de puf al op en wil eigenlijk weer naar boven. Zo martelen we twee weken
lang, elke dag een stukje. Na een uurtje krijg ik het koud en gaan je
ledematen tintelen. Tijd om te stoppen... Manana mas! In zo'n situatie
hebben we een hele grote boot met veel oppervlakte onder water en
........heel veel tijd, maar heel weinig zin!
SantanA is nu onderwater een zwarte paddestoel met witte stippen, maar wel
zo schoon dat ze weer normaal vaart.
Wat betreft Rio de Janeira willen toch even een naamswijziging aanbrengen,
volgens ons mag het wel Riool de Janeiro heten en als de wind uit het
noorden komt, voert het ook de hele prut richting zuid, dus de mooie heldere
azuurblauwe wateren zijn toch wel aan vervuiling onderhevig, maar ja de hele
wereld is aan vervuiling onderhevig. Wij hopen nog wat ongeschonden gebieden
tegen te komen, maar net als overal in de wereld moet een "opruim"
mentaliteit van bovenaf opgelegd worden. In Brazilië is dat zeker nog niet
aan de orde, de openriolen zijn er nog steeds, met alle gevolgen van dien.
Foto: 1- tropisch onthaal 2/3- in vol ornaat 4- uitzicht
hele gebied tot ca. 270km ten westen van Rio wordt de Costa Verde genoemd,
een dichtbegroeide (groene) kuststrook, met bergen, tropisch regenwoud,
eilandjes en stranden.
Nog net voor donker "landen" we voor het dorp Abraao op Ilha Grande wat in
het Portugees beschutte baai betekent. We zijn in een prachtig omgeving
beland met het tropisch regenwoud voor de deur. Het doet idyllisch aan en
we zullen het er vast wel naar de zin hebben. Toch hebben we eerst nog een
loodzware kus te doen. Onderweg hier naar toe merkten we al dat SantanA op
de "handrem" bleef staan en de schroef resoneerde ook behoorlijk.
Het onderwaterschip....zwaar vervuild.
In totaal zijn we twee weken aan het krabben en poetsen gegaan, wat een klus
zeg. Het was een centimeters dikke laag van pokken, prut en ander
ongedierte, wat vol zat met een soort garnaaltje of krabbetje en die beten!!
Als marsmannetjes gingen we te water, gewapend met ijskrabbers en trespa
plankjes. Eerst effen plassen en dan adem in en onder de boot duiken. Zoveel
mogelijk krabben om vervolgens blauw boven te komen en dan eerst even
bijkomen alvorens de volgende duik te nemen.
Voor het eerst was de zwaardkast ook vervuild met een dikke laag shit en dan
moet ik echt onder de boot hangen en met m'n arm in de kast proberen de shit
te verwijderen. Voordat ik dan in positie ben om aan het werk te gaan, heb
ik de puf al op en wil eigenlijk weer naar boven. Zo martelen we twee weken
lang, elke dag een stukje. Na een uurtje krijg ik het koud en gaan je
ledematen tintelen. Tijd om te stoppen... Manana mas! In zo'n situatie
hebben we een hele grote boot met veel oppervlakte onder water en
........heel veel tijd, maar heel weinig zin!
SantanA is nu onderwater een zwarte paddestoel met witte stippen, maar wel
zo schoon dat ze weer normaal vaart.
Wat betreft Rio de Janeira willen toch even een naamswijziging aanbrengen,
volgens ons mag het wel Riool de Janeiro heten en als de wind uit het
noorden komt, voert het ook de hele prut richting zuid, dus de mooie heldere
azuurblauwe wateren zijn toch wel aan vervuiling onderhevig, maar ja de hele
wereld is aan vervuiling onderhevig. Wij hopen nog wat ongeschonden gebieden
tegen te komen, maar net als overal in de wereld moet een "opruim"
mentaliteit van bovenaf opgelegd worden. In Brazilië is dat zeker nog niet
aan de orde, de openriolen zijn er nog steeds, met alle gevolgen van dien.
Foto: 1- tropisch onthaal 2/3- in vol ornaat 4- uitzicht
woensdag 2 mei 2012
Januari Rivier
Klinkt niet zo exotisch als Rio de Janeiro en het is maar wat je onder exotisch verstaat... een heleboel felgekleurde auto's of mensen in felgekleurde strand kleding of palmbomen met gele stranden. Nee...het aanzicht van de stad, dat maakt het min of meer exotisch. Het overheersende suikerbrood met z'n kabelbaan en het grote Christus beeld, hoog boven de stad uitreikend en niet te vergeten de baai met al z'n bergen en vele suikerbroodjes, daartussen de grote stranden. Dat is Rio de Janeiro! Toch is het aangezicht als je tegen de ochtendgloren komt aanvaren het mooist, je ziet alleen maar lampjes en die waaieren vanuit de heuvels naar beneden, de rest is nog niet zichtbaar.
Een stad met 10 miljoen inwoners, uitgevoerd als racecircuit en voorzien van vele skyscrapers met daartussen de vervallen oude wijken uit de Portugese tijd en de vele monumentale kerken. Deze kerken en kathedralen staan regelmatig tussen de hoge gebouwen ingeklemd, voor ons een referentiepunt op de kaart. Vind je weg maar eens in zo'n grote stad in een paar dagen. In het begin zat dat ons niet mee, te weinig referenties en dat leidde tot onnodig veel lopen. Zonder kaartje lijkt alles op elkaar en drie maal vragen leidt tot drie verschillende richtingen!! Dat is om het gemakkelijk te maken pfff. Uiteindelijk de goede bus 107 voor de terugweg gevonden. Tuurlijk stonden we er vlak bij, maar ja!
Het bus rijden is een belevenis op zich. Een half uurtjes lekker crossen is niet duur, voor € 1.5 ben je helemaal gebrainwashed, een psychiater kost meer. Wel met twee handen vasthouden! Het gaat echt zo hard mogelijk en het liefst met twee wielen door de bocht. Plankgas en op het laatst vol in de remmen en drie banen opschuiven om een klantje op te pikken. Gaaf.. en alles gaat nog goed ook. Ze toeteren zelfs niet zo veel!
Met de fiets door de stad rijden, dat is pas lef hebben en dat deden wij natuurlijk. Eerst langs de grote stranden met de bekende namen Copacabana en Ipanema. Hier hebben ze fietspaden aangelegd en op enkele voetgangers en werkkarren na, gaf dat weinig problemen. De aanblik daar is fascinerend. Bejaarden joggend met een stringetje om de kont en een bloeddruk meter om de arm. Als de doctor moet komen kan die de waarden zo aflezen. Ja, dat is hier cool!
Gelukkig zijn er jongere modellen en zo valt er veel te zien. Hele stukken strand zijn afgezet voor de volley- en voetballers. Eén ding mag hier niet in Brazil en das in je blootje lopen, verder zijn er geen kleding voorschriften. Hier kan een creatieve geest veel mee beginnen.
Na het strand moesten we met de fiets terug door de stad, niet zo eenvoudig. De meeste voertuigen rijden je liever plat en er zijn heeeel veel kruispunten waar we moeten oversteken en dat is pas link! Met zweet op het voorhoofd en een chagrijnige kop komen we terug op het vertrekpunt. Zo dat is mooi geweest, morgen demonteer ik de fietsen weer, één keer is genoeg.
We liggen met de boot voor anker in een klein baaitje nabij Urca en wel voor een strandje, pal onder het suikerbrood en ook onder de aanvliegroute van het vliegveld. Vooral s ‘morgens kwamen er vele brullend gas gevend met een scherpe bocht over de baai. Sommigen haalden de bocht niet en hadden een doorstart. Het is leuk als je over Jezus kunt scheren, maar je moet wel zorgen dat je op het vliegveld uitkomt.
Dagelijks roeien we naar de kant, daar zijn de winkeltjes en de bushalte. Alles op meters afstand. Bijbootje eerst goed vast (lees: aan de ketting) leggen en zonder motor, want wat er niet aanzit, kan ook niet worden gejat. We hebben een geweldig uitzicht naar alle kanten, maar....wat is dat water hier vies! We durven er echt niet in te poedelen en zeker niet zwemmen. Elke keer spoelen we de voeten en zo af, maar het ergste is dat ons onderwater schip in no-time aangroeit. In een week tijd is het al meer dan twee centimeter. Een stinkende laag schelpen met andere viezigheid, het riekt naar een rioolput. Alles zit eronder, zelfs binnen in de zwaardkast. Tot nu toe groeide daar niets omdat het er donker is, maar nu... Probeer dat maar weer eens schoon te krijgen. Dat wordt heel veel keertjes je adem in houden vrees ik.
Het Suikerbrood kan in twee stations bereikt worden. Wij wandelen en klimmen naar het eerste station, van daaruit hebben we ook een geweldig uitzicht over de stad met z'n baaien. Wil je boven op het Suikerbrood staan, dan moet je diep in de buidel tasten, evenzo voor een bezoekje naar het Christus beeld ook dat kost in elk geval € 25,-pp, dus wij nemen genoegen met het tussenstation en dat is ook mooi. Hier zien we weer een ander soort makaak, klein koppie met pluisoren.
Ondertussen wordt het tijd verder te trekken en voor de derde keer gaan we de officiële instanties bij langs. Dat kost je elke keer een halve dag. Een permit voor binnenkomst, een verlenging met 90 dagen en een permit voor afvaart. We zijn er maar druk mee, lang wachten op een stempeltje. Ze weten nog steeds niet goed raad met de zeilboten, vragen naar kapiteinspapieren (grote vaart). Nee...wij zijn een kleine boot en Oh...en ze gaan weer terug en komen een kwartier later nog eens of we 1 of 2 boten zijn, 2 dus, nog een kwartier later......, waar we dan heen gaan... en nog een kwartier later.....de stempel en we kunnen gaan.
Die middag gaan we anker op, varen naar Niteroi, tanken bij Petrobras diesel en varen door naar de haven van Suzy. In deze haven tanken we water, maken nog een praatje met lieve Suzy en gaan aldaar ten anker. Om vier uur in de ochtend gaan we weer anker op, schudden "de" en "het" shit van de ankerketting. In het donker varen we de Januari baai uit, op weg naar Ilha Grande. De mooiste regio van Brazilië naar het schijnt...we laten ons verrassen.
Foto: 1-onze baai 2-Christus waakt over Rio 3-suikerbrood 4-Ipanema Praia 5- Copacabana Praia 6-Referentiepunt 7-ook dit is Rio
maandag 23 april 2012
Klinkt naar bijengezoem en koud.......
We hebben het over Buzios en Ilha de Cabo Frio. Het zijn alleen geen bijen, maar wespen en het is er warm. De wind was weer eens op, dus na uren gedobberd te hebben, de motor toch nog maar een poosje bijgezet. Het anker uitgegooid in de "Enseada de Buzios", een erg toeristische plaats. Passagiersboten bulken honderden mensen uit. Lancha's varen af en aan, met grote glijbanen achterop ter algemeen vermaak. Birgit Bardot heeft hier ooit eens ondergoed geshowd en zich daarmee een plekje aan de waterkant verworven, op een bankje in bronzen uitvoering. De borsten zijn mooi glad gepolijst, door de vele aanrakingen.....? De bronzen vissers in het water zijn wel het bekijken waard.
Na een dag hebben we het hier wel weer gezien, de toeristische drukte zijn we alweer zat. "De Koude Kaap", met 30 graden, brrrrr. Hier vinden weer een geweldige ankerplek op 23'S en 42'W aan de voet van een hagelwit strand, wat deels tegen de berg is opgewaaid. Bovenop staan in het zachte zand oude bomen, waarvan de wortels de grond in en weer uit groeien, geeft een slangachtig effect. Het uitzicht over de perfect beschutte baai is verbluffend. Overdag komen de Lancha's met toeristen uit de omgeving aanknallen, maar in de middag hebben we al dit moois weer voor ons zelf. Ze schrijven dat dit het mooiste strand van Brazilië is. Het oogt mooi en schoon. Toch houden we met ons zessen een plasticsweep en halen nog drie volle vuilniszakken troep op. Onze bijdrage.., met de opmerking van één van de rangers, dat de Braziliaan nog niet zover is, dat ie z'n zooi opruimt. De Pinky's zwemmen regelmatig naar het strand en de Blue Stuff gaat met de dinghy, beetje conditie training.
Ook hier is snorkelen langs de rotsige kant van de baai een waar onderwaterfeest. Samen met Juan van de Aldo gaan we speervissen, een soort harpoen voor onder water. De meiden blijven in de dinghy en bewaken de vis die wij vangen. Anders pikken de meeuwen ons de visjes af! Onder water is het een wereld van kleuren, grote scholen vis, vele zeeschildpadden en zelfs een twee meter rog met witte stippen. Plotseling zie ik vlakbij een grote gifgroene morene, zo'n grote enge paling. Oef, wegwezen, die gr@## beesten kunnen je zo een vinger afhappen. En ze zien er ook zo dreigend uit, gelukkig zie ik hem niet weer terug!
Ik vang voornamelijk "rode grote ogen" visjes. Die zitten tussen de rotsen en als ik onder duik en even voor de rots wacht, dan komen ze kijken en dan..... poef. Hebbe die vis en krijgt hij een speer door z'n donder. Bij de dinghy moet de speer eraf en dat valt niet mee. Ze spartelt en er zitten scherpe vinnen aan, die ook nog steken. Zo verlies ik nog wel eens een visje, jammer! Toch halen we gemakkelijk een maaltje vis voor ons zessen binnen en s'avonds smullen we er heerlijk van.
De plaatselijke vissers doen het anders, die trekken een groot net om een school vis heen en scheppen deze op het strand aan land. Ja, er komt van alles aan land, veel witte Tonijn, maar ook o.a. kleine zeeschildpadden en opblaas (Pufferfish) vissen. Trees krijgt de kans een schildpad te pakken en terug te zetten. Tjee.. wat zijn die dingen sterk zeg! Je voelt hun kracht als ze met hun poten in het luchtledige voortwaartse bewegingen maken. Je snapt wel, die avond eten we witte tonijn. Heerlijk! Voordat we afvaren naar Rio, krijgen we de kans de vuurtoren aan de andere kant van het eiland te bekijken. Normaal mag je het militaire gebied niet in, echter onder begeleiding mag het. Zo klimmen we naar de oude vuurtoren en krijgen van de heren technici een rondleiding. Toch ook een mooie afsluiting van een perfecte ankerplek aan de "Koude" Kaap. Volgende bestemming: Rio de Janeiro, alleen die naam al.
Foto: 1-Koperen vissers 2-Cabo Frio strand met Lancha's 3- Uitzicht op de baai 4- Oude boom 5- Pinky's landen op strand 6- Vissen bakken 7- Vele handen brengen veel vis 8- schildpad onderweg naar vrijheid 9- groepsfoto
Abonneren op:
Berichten (Atom)