vrijdag 19 mei 2017

OUDE AUTO'S IN EEN LANDS GEVANGENIS.


Het begint allemaal in Porto Bello, Panama. Dit dorp is ontdekt door Columbus in 1502 en in 1597 is de stad officieel gesticht als handelscentrum voor het Spaanse empire. Om deze reden zijn er alle forten gebouwd aan beide zijden van de baai, waarvan nu alleen nog de ruïnes over zijn. Vanaf hier zijn volgens mijn info tussen 1574 en 1702 vijfenveertig vloten met schepen vertrokken met niet minder dan een waarde van 30 miljoen pesos aan goederen aan boord. Ik weet niet hoeveel de peso toen waard was, maar voor die tijd heel veel geld. Hier kwamen dus ook heel veel piraten op af.
Porto Bello nu is naar onze mening een vieze bende, overal ligt afval, de hele bevolking lijkt niet geïnteresseerd in hun omgeving, alleen in geld.

We zijn er klaar voor de 800 mijl naar Cuba. Het zal geen vakantietrip worden. We moeten hoog aan de wind, zo hoog mogelijk. Diverse net onderwater riffen en een paar eilanden liggen op onze route. Het zal een moeizaam traject worden te meer daar de Tradewinds hard zijn en eigenlijk teveel uit het noorden komen. Dagen bonken we, in vaktermen heet dat hakken, in de golven. Niet gevaarlijk, maar we worden er erg moe van. Nadat we alle gevaren ontweken hebben en diverse malen overstag zijn gegaan komt Cuba in zicht. We waren ff vergeten dat hier een sterk west gaande stroom staat en deze zet ons 20 mijl per dag weg en dat maak je niet zomaar goed. Het duurt daarom een dagje langer voordat SantanA de baai bij Cienfuegos, honderd vuren, binnen vaart. Pfff, we hebben het weer gered. De laatste nachten ook nog eens windkracht 6 tot 7 uit het NE en daar moeten we heen. We zijn heel blij weer zo'n lastig stuk te hebben gehad.

Aangekomen in Cuba..... het zal ons benieuwen wat we hier allemaal gaan aantreffen. De eerste indruk is altijd belangrijk. Een oud gerestaureerd fort bij de ingang, grappige oude huizen in Franse stijl en roeiboten, zelfs ver op zee. Ik denk dat de vissers zeewaardiger zijn dan de boten. Hier zijn de vissers niet gemotoriseerd en dat heeft alles te maken met de paranoia houding van de overheid. In het hele land, blijkt later, zijn er nauwelijks buitenboordmotoren te koop resp verkrijgbaar ....dan kunnen ze minder makkelijk van het eiland ontsnappen....

Inklaren, alles komt aan boord, de doctor een man in een witte jas die vraagt of we ook ziek zijn. Vijf man van de douane en een gestoorde drugshond, een spaniël, die al verslaafd is, want de hond is zo gek als een deur, vliegt als een idioot door de boot van voor naar achter en gaat dan weer bij z'n baasje liggen...zo, ik heb m'n plicht gedaan. Wij voorzien de heren van een biertje en softdrink en dan zijn ze helemaal tevreden. Geven op verzoek nog een biertje en een appel mee en na een 2 uurtjes was alles in kannen en kruiken. Nu mogen we aan land naar de capatania en de havenmeester. Een paar uur later zijn we een paar honderd dollar armer en vele formulieren rijker. Voor het liggen achter eigen anker moeten we nu 17 dollar per dag betalen en mogen alleen in de marina van boord. Onderweg mogen we nergens aan land stappen en al zeker niemand aan boord toelaten. We worden continu in de gaten gehouden wat we doen en of we niemand aan boord mee nemen. Wil je familie of vrienden aan boord nemen moet je dat 24 uur van te voren melden en een verzoek indienen. Ze sporen hier echt niet. Om je boot in een soort betonnen haven neer te leggen, zonder voorzieningen, want die zijn meestal op of stuk, betaal je 54 euro per nacht. Dat doen we allemaal niet.

Maar wat is er dan wel. Cienfuegos is een prachtige stad in oude Franse stijl, deels gerestaureerd en enorm fotogeniek. Er rijden de wereld aan oude 50 jarige Amerikaanse auto's rond. De carrosserie nog uit de oude tijd, maar de rest is oud Japans zo ook de diesel motor. Het is een lust om die dingen hier te zien rijden en op de achtergrond de oude gebouwen.
We vinden gezellige barretjes om biertjes te drinken en worden regelmatig toegezongen door Cubaanse straat muzikanten. Het is allemaal sfeervol, jammer dat wij toeristen worden gezien als wandelende geldbron. Iedereen wil geld van je hebben of verdienen en dan zoveel mogelijk bedonderen. Het is dus opletten geblazen.
Winkelen is simpel....er is niet veel te koop en in de meeste staatssupermarkt verkopen ze maar een paar artikelen. Schappen vol met hetzelfde en het vele personeel toont weinig interesse, behalve als je met rugzak binnenkomt. Het is eruit of rugzak afgeven. Hier staan westerse merken in de etalage, zoals Maggi en Nestle alsof het iets bijzonders is. Soms is er een super die alleen eitjes en meel verkoopt en ga zo maar door. Het valt voor ons niet mee om de juiste spullen te kopen. Soms is het ook veel te duur, of slecht van kwaliteit. Vooral de groente.

Wij willen de komende weken langs de zuidkust van Cuba zeilen en hebben wel wat voorraden nodig. Moeizaam verzamelen we dan het hoog nodige.
We vragen een Zarpe aan, dit is een vergunning om naar de volgende stad cq marina te varen. Santiago de Cuba dus. We mogen verder, maar dan wel precies om zeven uur vertrekken. We worden gecontroleerd of er geen verstekelingen aan boord zijn. Ze zijn zo bang dat we mensen meenemen. Arme bevolking, men leeft echt in een soort gevangenis. Een land als gevangenis, tja...
Wij gaan de komende twee weken de tuinen van Cuba, jardines de la Reina, bekijken. Een naam die Columbus het gebied heeft gegeven, ter ere van de toenmalige koningin van Spanje. Het gebied is groter dan Nederland en vol met eilanden en riffen.

Na twee weken mangoven bosjes hebben we dat wel gezien. Je kunt er niks mee en ze zitten vol met muggen. Het is een gebied zoals we nog nooit gezien hebben en er zijn stukken met koraal. Erg mooi koraal dat wel. Dit koraal wappert mee met de beweging van het water, net onder de waterspiegel. Mooie paarse kleuren, maar om het koraal zit niet veel vis. Het is mooi, maar een beetje karig. Dagen varen we zo van ankerplekje naar een ander ankerplekje en zo in de schaduw van de wind en golven. We vangen een Barracuda die lekker smaakt en genieten van dit rustige gebied. In tegenstelling tot de rest van de Caribe is het hier verlaten. Er zijn nauwelijks andere boten. Af en toe een visser in een zes meter bootje met plof motor. Ze zijn er dus wel. Ze krijgen van ons pizza en bier en wij van hun schoongemaakte Langgosta's.

We verlaten dit gebied en gaan naar Cabo Cruz, ankeren net achter het rif en genieten van de omgeving. Dit is een oceaan rif en veel levendiger. Ook hier houdt de overheid zijn bevolking gevangen. Toch komen er diverse mannen illegaal aan boord. Ze zwemmen meer dan een kilometer om de meer dan tien kilo wegende handel bij ons aan te bieden. Uitgeput en koud komen ze aan dek met bananen, mango's, citroenen en langosta's. Niet alles overleeft het zoute water. Van ons kregen de heren kleding, een wetsuit voor de kou, schoenen en wat geld. Ze waren er gelukkig mee en sprongen weer in het water om het hele eind terug te zwemmen. Ze zijn tussendoor even terug gegaan in het water, toen de Guarda Frontera langs kwam, ook in een roeiboot, om ons uit te checken, weer een stapeltje nutteloze papieren invullen, waarvan ze de gegevens ook al hadden. Uiteindelijk hadden we de zwemmers zo mee kunnen nemen uit de Cubaanse gevangenis.

Uiteindelijk klaren we uit in Santiago de Cuba, waar we weer geld moeten betalen voor het liggen achter eigen anker en de haven veel duurder is dan Ceingfuegos en veel slechter.
Naar de stad gaan we met de ferry, want de bus heeft geen vaste tijden en de taxi is veel te duur; de stad ligt 10 km van de haven.

Onze volgende bestemming is Bermuda.

zondag 9 april 2017

Het (Panama) Dollarkanaal

Panama land met heel veel tropische eilanden. Het had onze aandacht getrokken en mede door de verhalen hadden we er hoge verwachtingen van. De werkelijkheid is anders. Vele plekken waren niet zo goed als we dachten, niet zo beschut, privé, massa toerisme, vuil en onvriendelijke bewoners en ..... te heet.

Hierdoor zijn we op tijd bij het Panama kanaal voor de transit naar de Atlantische oceaan. We melden ons bij Flamingo station en voegen ons bij de andere wachtende zeilboten. In Boca Chica hadden we al formulier 4405-I ingevuld en ons SIN nummer stond voor ons klaar. Bellen naar de instantie die de boten opmeet. Dat ging ook vlot en een dag later werden we al opgemeten. Nu alleen nog 2375 dollar betalen en we kunnen voor de transit ingepland worden. Allemaal simpel en snel, maar dan ....wachten, meer dan twee en een halve week. Ze hebben geen advisors genoeg. Later blijkt dat de wachttijd oploopt naar een maand. Hoe is dat mogelijk, zo'n belangrijk kanaal. Oké het is niet anders, maar de wachtplek is niet erg rustig. De achterliggende Marina ligt vol grote speedboten en die varen natuurlijk vol gas in en uit. Enorme hoge golven. De heen en weer varende loodsboten doen het al niet veel beter en tot overmaat van ramp gaat de ferry en nog wat van dat zelfde spul hier langs, vol gas en zonder een uitlaatdemper. Oorverdovend lawaai en zoveel onrust. We her-ankeren wat naar achteren, maar het helpt niet zoveel.

Dagen gaan voorbij, we doen de boodschappen, bekijken de oude stad, gaan naar een soort bierfeest, bezoeken de Miraflores sluizen, doen nog meer boodschappen op de groentemarkt en zijn heel druk met het onderwaterschip schoon te houden. Het is hier een enorme klus om het alleen al bij te houden. Elke keer zitten we onder de kleine garnaaltjes die in de dikke laag verstopt zitten. Daarbij zie je geen hand voor ogen.

Dan is het eindelijk 2 april. De dag ervoor weten de planners nog steeds niet hoe laat wij s ‘morgens de advisor zullen krijgen. Dat is niet zo handig want wij moeten onze linehandlers ook aan boord zien te krijgen. Elke boot heeft vier mensen voor de touwen en een stuurman. Drie medezeilers gaan met ons mee en dat scheelt weer drie honderd dollar.

Als we 2 april om 5 uur s ‘morgens opnieuw bellen blijkt dat we de advisor al om kwart voor zes krijgen. Dus direct de andere zeilers ophalen, eentje moest nog wakker worden en de andere waren gelukkig al op. Als een speer de bijboot aan dek en het anker naar binnen. Nog maar net klaar en ze komen er aan. Voor de verandering zijn ze op tijd. Oké, alles is klaar. De drie mijl naar de sluis moet nu heel langzaam, we moeten wachten op onze gastanker waarmee we door de sluizen gaan.

Orca en Trotamundos, die vandaag ook hun transit hebben kunnen het rustig aan doen, hun loods is er nog niet. Later blijkt dat zij samen achter een ander vrachtschip aangaan.

De grootste schepen betalen al meer dan 700.000 dollar voor een transit, dit zijn de zgn Neopanamax schepen, de kleinere maat is de Panamax.

Dan is het eindelijk zover, onze boot ligt erin, de sleepboot erachter en wij mogen aan de sleepboot vast maken. Op zichzelf een makkie, in de sluizen hoeven we dan niks te doen, we lagen langszij en gaan automatisch mee omhoog.

Toch heb ik even alle aandacht nodig om goed langs de sleepboot te komen. Er staat veel turbulentie van de andere boot en we gieren behoorlijk heen en weer. Dus dan maar op de ouderwetse manier aanleggen, schuin aanvaren en veel gas achteruit om te remmen. Achter ons gaan de gigantische stalen geklonken sluisdeuren al dicht en even later bulkt het water omhoog. We staan te kijken, we genieten, we hebben tijd en Trees maakt van de gelegenheid gebruik om eigen gebakken taart uit te delen aan de mensen op de sleepboot. Dat valt goed, want er blijft niks over.

De sleepboot neemt ons mee naar de volgende sluis, daarna maken we los en varen naar de derde, de Pedro Miguel lock. De sleepboot bemanning is ondertussen gewisseld. Helaas hebben we nu te maken met een stel luie haspeltoeten. Tevens blijkt nu dat onze bemanning ook niet veel ervaring heeft wat allemaal resulteert in een wat moeizaam verlopende afmeerprocedure. Onze bemanning ging ook mee om ervaring op te doen....

Na de sluizen zijn we 26 meter omhoog gekomen. We varen door de Gaillard Cut, het uitgegraven heuvellandschap en vervolgens Gatum Lake over. Het is nog maar drie uur in de middag, als we ons doel voor vandaag bereiken, een grote oranje boei, waar we uiteindelijk allemaal blijven voor de nacht. Iedereen is blij dat alles goed is gegaan en met z'n allen springen we in het zoete warme water. Wat is dat een verademing na al dat zoute en koude water van de Pacific. We blijven wel in de buurt van de boten, want er zouden alligators zijn. Gelukkig niet eentje gezien, maar misschien zij ons wel.....

Dag twee, die staat in het teken van wachten, weer wachten. Drie uur in de middag, het gaat beginnen. Drie nieuwe advisors en deze keer gaan we gezamenlijk. Santana in het midden en de andere twee aan ons vast. Het overleg is chaotisch en de heren weten eerst ook niet voor welk schip we aangaan, maar alles komt goed. Trotamundos mag eerst voor de sluis aan de muur afmeren, waarna wij en vervolgens Orca komen. Parker heeft wat moeite met afmeren en komt dwars in de sluis te liggen, niet zo goed. Het duurt even en dan kunnen wij komen, maar wat een gekakel van iedereen. Alles roept en geeft commando’s en er gebeurt niks. Als Orca komt wordt dat nog erger, wat een zooitje. Toch komt het goed. Nu we een eenheid zijn mag ik het zooitje door de sluis varen, in totaal bijna een kilometer. Mijn advisor kijkt naar achteren en ik naar voren. Moet wel strak en snel sturen, maar het gaat prima. Even gaan we te hard, ik moet remmen. Even zijn we dan stuurloos. De mannen op de kant zijn niet snel genoeg. Lijnen vallen in het water, geen paniek we blijven allemaal mooi in het midden van de sluis.

De Atlantic is al lang in zicht en als de laatste deur open gaat......toeteren. We zijn er, allemaal blij.
Het is nog een paar mijl naar de Flats, daar gaan de advisors van boord. Grote schepen komen ons achterop en mijn advisor laat me wat meer naar de zijkant sturen, helaas net iets te ver. Plotseling hellen we voorover en komen abrupt tot stilstand. Parker vaart 50 meter achter ons en let niet op en vaart recht op ons af. Er wordt geschreeuwd, maar 20 meter achter ons zit hij ook vast in de modder, zij hebben meer diepgang. Vast in de modder, de advisor vindt het niet zo leuk. Slecht voor z'n reputatie. We wrikken wat, vol gas voor en achteruit, boegschroeven, heen en weer rommelen en als er dan beweging in komt alle pk's in de achteruit. We zijn weer los. Parker ziet dat van mij en doet ongeveer hetzelfde, zit niet zo heel vast en komt ook weer los. We kunnen door.

Ondertussen is het donker geworden en zoeken we allemaal onze weg tussen de vele voor anker liggende schepen door, totdat we het anker voor Club Nautico laten vallen. Dan gaan alle mannen en vrouwen van boord en kijken we terug op een geslaagde transit. Samen met Ann en Udo laten we de champagne vloeien.

Volgende bestemming....Cuba.

maandag 6 maart 2017

Spannend kan.. TE… spannend worden




We liggen veilig in Boca Chica, het blaast hier momenteel wel stevig, thermiekwinden maken het onrustig, maar er zijn geen golven en het anker ligt stevig in de modder.

Zijn hier in Panama dinsdagmiddag aangekomen en heel wat avonturen rijker. Maandagavond hadden we een ankerplek uitgezocht voor de nacht, we zouden er om ca 23.00 uur aankomen, dat werd maar een uurtje én een plotselinge wind bui uit het noorden later. Hier zat 20 kn wind in, dit was niet zo erg, maar we hadden swell uit het zuiden en wind uit het noorden, dus allemaal lastige korte hoge golven en de snelheid gereduceerd van 5 naar 2 knopen. Het overviel ons echt, van 3 dagen geen wind, zo van het ene op het andere moment een hele poest wind.

Maar goed uiteindelijk was het op de ankerplek rustig en hebben we een aantal uren geslapen. De volgende morgen, samen met Orca, tegen 9 uur weer anker op en met opkomend getij richting Pedregal.....Nou dat hadden we gedacht, het eerste stuk klopte de kaart wel aardig, daarna was het lou loene....De geul die bij Boca Brava zou moeten zijn (gegevens uit gids al aardig gedateerd, zandbanken verschuiven) konden we niet meer vinden. Wat wel goed te zien was, waren bergen hoge brekers, dat betekent dus ondiepte en nog meer brekers van zeker 3 tot 4 meter hoog en de swell die steeds hoger werd....Ik wilde al wel terug zag het helemaal niet zitten, nog even een andere route gezocht, maar die was niet te vinden. Hadden nog wel steeds 5 mtr water, maar geen doorgang.

Ik zei, Jan ik wil nu terug.....hij had al een paar keer gezegd, nog een klein stukje, beetje naar rechts....nee zo ver als we kunnen kijken hoge brekers, ik keer de boot, ik wil niet verder.....Ja doe maar, want het ziet er toch niet zo goed uit.....pfffffff

Terug, over onze track en toen route uitgezet naar Boca Chica. Via deze weg zou je ook in Pedregal kunnen komen, nog steeds met opkomend water komen we aan bij Boca Chica, hier ligt een aantal zeilboten ten anker en het is druk met panga’s en toeristen. Achteraf blijkt het te maken te hebben met vrije dagen ivm Carnaval.

Er zou een Marina moeten zijn, wat we ons daarbij moeten voorstellen, geen idee, dus ff een stukje verkennen de rivier op, tot om de hoek. Het stroomt behoorlijk omdat de doorgang smal wordt.......plotseling roept Ann, die 100 mtr achter ons vaart, via de marifoon...CABLE CABLE!!!.....wat cable, waar cable.....we kijken naar beneden in het water. Niks te zien. De zon staat ook voor ons en het licht is scherp. Trees heeft de motor al in de achteruit geschakeld en plotseling zie ik ook wat in de lucht hangen. Blijkt er op nog geen 10 mtr afstand een elektriciteitskabel in de lucht te hangen, geen ballen, geen bord en de draden vielen weg tegen de scherpe lucht.

VOL in de achteruit, want we hadden ook veel stroom mee naar binnen.....Om 35 ton met een snelheid van 5 kn om te zetten in een achterwaartse snelheid… dat duurt even. Grote zwarte rookpluimen achter het schip. Schroefwater kolkt om ons heen. De kabel komt nog steeds dichterbij, meer dan 200 pk staat onder ons te stampen. Eindelijk komt de kabel niet meer dichterbij en varen we achteruit tegen de stroom in. Spannend, heel spannend. Trees hangt met haar hele gewicht aan het stuur om het vast te houden. Van sturen is geen sprake, SantanA zoekt haar eigen weg in de stroom en reageert op het schroef effect. Ze draait nu langzaam op de stroom en wel naar de kant. Het volgende probleem kondigt zich aan. We zitten nog pal voor de kabel en de boot moet nu omgedraaid worden om met de neus terug in de goede richting te komen. Op het moment dat we dwars op de stroomrichting drijven draaien we samen het stuurwiel naar bakboord en mag Deer John laten zien wat ze kan. Vol vooruit, hard bakboord, Trees hangt weer aan het stuurwiel, rook en schroefwater, het buldert, maar we draaien op tijd en maken snelheid in de goede richting. Ik laat de motor nog even brullen om wat meer afstand van de hoogspanning kabel te krijgen; het gevaar is geweken.

Iets te veel spannend vonden we.

Wat waren wij blij dat Deer John zo sterk is, dat ging echt maar net goed. Trees hing aan het stuurwiel, want laat je die los bij zoveel geweld van de motor, dan heb je de boel kapot en Jan gaf gas vooruit of achteruit. We moesten tegen de stroom in achteruit en de boot zien om te draaien en de stroom bleef ons maar richting hoogspanningskabels (het zijn er 2 met 23000 volt) duwen.....gelukkig was het hier wel 15 meter diep en lagen er geen stenen in de weg.

We zijn aan heel veel ellende ontsnapt, want pal achter de kabel lag een hele grote rotspartij net onder water.........stond ook nergens op een kaart.

Echt het hart klopte ons in de keel, maar we zijn met de schrik vrijgekomen.....Uiteindelijk kun je dus per boot niet meer in Pedregal komen. Wie hangt er nu hoogspanningskabels op 15 mtr hoogte zonder maar enige vorm van waarschuwing. Wie volgt….?

Het is wel duidelijk dat Ann onze held is, we zijn haar eeuwig dankbaar.

Een dag later het anker weer opgehaald, want we lagen in de draaikolken van de stroom en verkast en nu liggen we in de thermiek winden.....wel lekker verfrissend in de boot....

Het dorp hier stelt niks voor, dus daarvoor hoeven we niet aan land. Gaan morgen met z’n 4ren in een taxi naar David en Pedregal om te kijken of we in kunnen inklaren, een andere optie is Balboa bij het Panama Kanaal. Het pakt iets anders uit dan gedacht, inklaren kan wel, dus worden er kopieën gemaakt in viervoud. Om van beide boten de juiste papieren bij elkaar te nieten is een klein probleem. Uiteindelijk hebben Ann en ik het maar zelf een beetje ter hand genomen……De kosten waren ook iets anders dan gedacht, samen met de Cruising Permit ca 300 US dollar.
(en even terzijde, ja…..ze hebben ook een telefoonnummer, de Portuaria. Van hieruit volgt de coördinatie van de instanties en ze komen dan naar de boot, zonder dat wij er eerst met een taxi heen moeten……”Als je alles van de voren weet, kun je met een dubbeltje de wereld rond”, zei mijn opa altijd??????)

Nee……niet eerst boodschappen doen, eerst terug naar de boot…..we zijn er over ca. 2 uurtjes…..dus wij weer een dik uur terug met de taxi, komen 4 man/vrouw sterk (douane, gezondheid, immigratie en de capitania). Maar goed ze waren aardig en sorry voor de hoge kosten, papiertjes invullen en boter bij de vis…..Listo…..we zijn ingeklaard. Nu zijn we vrij om te gaan, dus weer met de taxi naar David, boodschappen en ook meteen een telefoonkaart, want dan kunnen de Kanaal autoriteiten bellen voor een afspraak voor het opmeten van de boot.

Echt wat een poeha om door de sluizen te komen, kunnen ze dat niet wat simpeler maken, gewoon 1 bedrag voor alle schepen onder een bepaalde lengte. Alles is gebaseerd op de commerciële vaart en er komen toch heel wat kleine bootjes door.....maar goed het is niet anders en we komen er vast wel door als we betalen.

We gaan hier in elk geval niet weg voor dinsdag, eerst wordt ons maandag nog onze Cruising Permit voor 1 jaar gebracht en natuurlijk weer boter bij de vis.

We hebben nu 6 uur tijdsverschil met Nederland, weer een uurtje dichterbij en wennen aan de wind. Hebben zoveel motoruren gemaakt en zo weinig wind gehad de laatste tijd......Het was steeds of veel (en daar wil je liever niet in varen) of niets. De wind hier is een voortvloeisel uit de Carieb, het komt door een soort versmalling over land naar deze kant en wordt daardoor ook nog versterkt.

Bij Zuid Mexico was het de Tehuantepecer, bij Costa Rica de Papagayo , dan komt er nog eentje bij Islas Secas, een paar mijl verder zuid en de laatste na Cabo Malo (slechte Kaap) tot Panama kanaal....noordwind veroorzaakt door sterke NO passaat aan de Caribische kant. Het zijn allemaal complexe systemen, want de zuid swell wordt ook hoger, omdat de Humboltstroom (uit het zuiden) hier de equatoriale stroom (uit het noorden) ontmoet.....Hadden we maar een caravan gekocht.........


dinsdag 21 februari 2017

Draken, blauwvoeten en duizenden drijvende eilanden.


La Paz ligt achter ons. We zijn onderweg naar het zuiden van Mexico. Vele mijlen moeten er afgelegd worden, gelukkig niet in één ruk. Het is zo gezegd een kustreis met vele mogelijkheden om onderweg even te stoppen.

Onze eerste stop is meteen een bijzondere. Het vogel eiland Isabel wordt niet door mensen bewoond maar des te meer door vogels. Blauwvoet , Bruine Boobies en Fregatvogels. De één is nog fraaier uitgedost dan de andere. De blauwvoeters hebben niet alleen blauwe voeten, maar ze dansen er ook nog mee. Het is de bronstijd en er wordt volop gedanst en gesnaveld…, er wordt heel wat af geflirt.

De Fregatvogels doen dat anders. Die flirten door zichzelf op te blazen. Niet hun hele lijf, alleen hun rode keel. Het zit wat ongemakkelijk, maar het valt wel op. Zij moeten in de lage bomen nestelen om weg te kunnen vliegen. Op de grond wachten de eerste draken (Iguana’s) op wat naar beneden komt vallen. Wel handig van ze.

Twee dagen genieten we weer van moeder natuur, dan wordt het tijd voor La Cruz de Huancaxtle. Het weer wordt ook anders, meer tropisch en minder wind. De laatste springende grijze walvissen laten we achter ons. Na twee dagen motoren verenigen we ons weer met Orca. Samen met Ann en Udo drinken we biertjes op de vele terrasjes en doen de boodschappen die nooit voldoende blijken te zijn. Naast één van onze terrasjes staat een paar bomen waar grote ‘draken’ in wonen. Anderhalve meter lang zijn ze, fel gekleurd en soms razend snel. Ja razend snel over kleine boomtakjes. Normaal eten die draken fruit en groenvoer, maar we zagen er eentje een kleine groene Iguana op peuzelen….zo maar, hap sloek weg was die.

Samen met de Orca varen we langs de Riviera van Mexico van de ene plaats naar de andere met veel stranden en palmbomen en plaatsen met moeilijk uitspreekbare namen zoals Zihuatanejo. Voor ons is het behoorlijk druk met Amerikanen en Canadezen. Zij hebben de kustlijn in zekere mate over genomen en niet altijd ten goede. Het zijn er te veel. Misschien te vergelijken met de Costa del Sol in Spanje….een soort invasie.

Het is keer op keer verbazingwekkend hoeveel afval er overal ligt en hoezeer gebouwen, eigenlijk alle gebouwen, in verval zijn. Schijnbaar kan het de Mexicaan niet veel schelen. Ze doen aan basis levensonderhoud en verder niet zo veel. Men is erg vriendelijk en je voelt weinig spanning of gevaar. De plaatselijke markten zijn werkelijk keer op keer een waar feest. Zoveel drukte, zoveel kleuren en zoveel geuren. Geuren van groente en fruit, rijp fruit wel te verstaan, maar de weeïge geur van vlees en dode kippen, die grijpen je het meest aan. Meestal lopen we maar door, toch moet er vlees komen en Ann en Trees gaan dan op zoek naar een stuk vlees wat wij ook lekker vinden en dat is niet zo gemakkelijk. Wat mooi lijkt blijkt nog al eens taai te zijn. Kip is veilig en een gegrild kippetje is zo meegenomen en kost geen drol.

Voordat we in zuid Mexico kunnen uitklaren moeten we nog een lastige baai oversteken. Een baai die Tehuantepec heet en waar regelmatig zware stormen voorkomen met vervelende hoge golven. Het is weer een kwestie van timing en snelheid, want wachten op drie dagen de goede wind dat gaat niet lukken. Een halve dag is al veel. Gewoon Deer John bij en door kachelen.

De natuur laat zich hier keer op keer van haar beste kant zien. Walvissen zijn er nog steeds, maar nu heten ze Bultruggen. Dolfijnen komen met tientallen , soms met honderden tegelijk met ons spelen. Zij springen en dartelen in het rond, vaak meters hoog uit het water en verdringen zich daarna voor de boeg van SantanA.

In de baai van Tehuantepec krijgen we te maken met een nieuw fenomeen. Drijvende eilanden, het zijn er wel honderden. Regelmatig schampen we zo’n eilandje en wij denken dan dat ze boos naar ons kijken. Nu is er zoveel ruimte en moeten jullie mij nou zo aan het schrikken maken. Er gebeurt niet veel maar de schildpad moet weer peddelen , helemaal uit zijn ritme en evenwicht gehaald. Het zijn er ook zoveel en nog al eens voorzien van een vogel, die zo’n drijvend eilandje gebruikt als landingsplaats.

Onze laatste landingsplaats in Mexico wordt Puerto Madero, Marina Chiapas, waar we uitklaren en ons klaar maken voor Panama, 750 mijl verder op.