dinsdag 4 november 2014

Rangiroa, een plek vol activiteiten……


Ons leven speelt zich nog steeds binnen het atol van Rangiroa af. In eerste instantie lijkt alles rustig, weinig te doen, maar schijn bedriegt. Elke dag is er wel actie en zo als in heel Frans Polynesië speelt het zich grotendeels onder water af.

Dagelijks crossen de speedboten met duikers langs ons heen. Grote groepen duiken hier net buiten de pas. Het is één van de toplocaties op duikgebied. Ook wij hebben een volledige duikuitrusting bij ons. Helaas echter geen compressor om de flessen weer te vullen en hier bij de duikclub kunnen we onze flessen niet laten vullen. Ze doen het liever niet, omdat ze er dan ook verantwoordelijk voor zijn als er wat gebeurt en als het kan kost het zeker veertig euro. Zo blijft het aan ons knagen. Alles hier is erg duur en een duik met de duikclub zal wel te duur zijn. Zo blijft het eerst bij snorkelen, wat op zich al geen straf is hoor. Grote scholen vis om ons heen. Hier en daar een eng uitziende Morene die zijn plekkie met grote tanden beveiligd. We houden wijselijk afstand. Die beesten zien er zoooo eng uit, brrr. Grote groepen visjes met een hoorn, die zien er zo leuk uit, aktie genoeg.

Duiken…het blijft knagen. Als we het nu niet doen, doen we het nooit. We trekken de stoute schoenen aan en gaan vragen bij een plaatselijke duikclub, Rangiroa Plongee, daar waar de lokalen ook bij duiken.

Van Renée krijgen we een aangepaste prijs en voor vijftig euro per duik gaan we mee. We gebruiken eigen duikspullen en van hem de flessen. Het is al weer jaren geleden dat we in het koude Nederlandse water gedoken hebben en nu gaan we in een “aquarium” duiken. Spannend! Veel tijd om er over te prakkiseren is er niet, morgen vroeg moeten we aan de bak. We krijgen een persoonlijke instructeur en met ons drieën wordt er eerst geoefend in ondiep water en kijken ze wat we nog kunnen.

Twee duiken maken we. Vol met actie. Zelfs Trees komt goed beneden en we hebben geen last met de oortjes. Voor het eerst kunnen we onderwater blijven en genieten we van het onderwaterleven. De gevaarlijk uitziende Morene, die we anders slechts seconden konden aanschouwen, blijft ons nu dreigend aankijken. De engerd! Scholen vis om ons heen en we peddelen om, langs en over prachtig koraal heen. Wat is het onderwater toch mooi.

Ik, Jan, worstel ook nog eens met de camera en verbruik veel meer lucht dan de anderen en zo moeten voor ons gevoel veel te snel naar de oppervlakte. Onze eerste duik is een succes en smaakt naar meer. De volgende duik is nog mooier, onderweg stuiten we op een rustende White Tip haai. Deze ligt rustig op zand en ze laat de kieuwen het werk doen, wat een fraai gezicht is. Omdat de afmetingen van de haai toch wel redelijk zijn, maken we maar even een omtrekkende beweging. We houden afstand. Verderop schiet er een andere White tip pal langs ons heen. Gelukkig niet zo groot, maar wel ff slikken. We zien veel Triggerfish, ze maken een soort steennesten in het zand en verdedigen deze met overgave. Mocht je dat niet in de gaten hebben, dan heb je grote kans met een scherpe tandjes in aanraking te komen. Ze verdedigen hun nest in een hoek van 45 graden, wat betekent dat je naar de bodem moet zwemmen en niet omhoog, om aan hun tandjes te ontkomen.

Na drie kwartier komen we boven. Een prachtige duik vol met actie en samen zijn we op 15 meter diepte geweest. Onze instructeur vindt dat we klaar zijn voor het grote werk. Buiten op volle zee, in de grote golven net buiten de pas. Nu wordt het pas echt spannend!

De volgende dag waait het een stuk harder, dus hogere golven. Onze kapitein, een dikke Polynesiër, stuurt vakkundig de boot tussen de staande golven door. Het water ziet wit van het schuim en er komt heel wat spraywater over. Het deert hem niks. Hij zit met z’n billenwerk boven op de 60 pk en veegt zo af en toe het water uit z’n gezicht. Hij kent het, wij niet en moeten ons goed vast houden. Tegen de tijd dat we er zijn , is iedereen al helemaal doorweekt en staat in de boot 20 cm water. Op de gewenste locatie aangekomen vallen we bijna direct over boord. We gaan zo snel mogelijk onder, daar is het een stuk rustiger. Het gaat allemaal behoorlijk snel en het duurt dan ook even voordat we alles onder controle hebben, maar dan gaat er ook een heel andere wereld voor ons open.

Het water is heel helder en om ons heen groeit het prachtigste koraal en zwemmen er enorme scholen vis. Gepiep….hoge tonen en dat betekent: dolfijnen. Vier stuks, Bottlenose, ze komen met ons spelen. Lang duurt het niet, verderop zijn ook duikers en dat vinden ze ook leuk. Wij genieten verder van al het moois. Vele soorten visjes, morenen, rare schelpen en nog veel meer vis. Ik had al een grotere duikfles gekregen, maar langer dan drie kwartier krijg ik niet. Lucht op. Dus naar boven, maar hiervoor moeten we boven het rif weg en onder ons is dan het grote blauwe gat. Geen bodem meer…. The Big blue. Een heel geslaagde duik, iets om op terug te kijken.

Het is feest in het dorp; avonden lang krijgen we verschillende groepen te zien met dans en zang. Niet speciaal voor toeristen en dat maakt het echt. Aktie alom en het ziet er fraai uit. Alle kostuums zijn van plaatselijke natuurlijke producten gemaakt en ze gaan ervoor. We hebben de fietsen tot onze beschikking en gewapend met lamp gaan we elke avond op pad. Het is hier aardedonker en de altijd aanwezige branding dondert op de achtergrond. Het geeft ons keer op keer een speciaal gevoel, nooit zonder het geluid van de oceaan.

Er kondigt zich een weergat aan en dat betekent dat we ons gaan klaar maken voor vertrek. Zoals altijd doen we de laatste inkopen, zeggen iedereen gedag, brengen de fietsen aan boord, kijken voor de laatste maal naar het weer en plannen zo goed mogelijk het tijdstip om door de pas naar buiten te varen. Door de sterke stroming geeft het meestal een soort wasmachine gevoel. Golven zijn plotseling hoog en springen als het ware aan dek, alle luiken dicht…….Ja!

Wij komen er mooi door. Springende dolfijnen doen ons uitgeleide en de komende dagen hebben we genoeg actie. Wij kiezen voor een rechtstreekse koers naar Markiezen (Îles Marquises), dus het wordt hoog aan de windkoers en dat betekent tegen stroom, wind en golven in varen.

De eilanden van de Markiezen brengen ons nog veel actie en sensatie, maar dat is voor de volgende keer.

maandag 29 september 2014

Blue Lagoon

Volgens onze sitebeheerders is dit het honderdste bericht, een hoogtepunt net als deze bestemming. In dit geval is het Rangiroa, één van de noordelijkst gelegen atollen van de Tuamotu’s.

Er staat een klein windje uit het noord-oosten, ongeveer 3 bf, en toch is de ankerplek hobbelig. We zijn het Rangiroa atol over gestoken en liggen nu aan lager wal en met uitzicht op de Blue Lagoon. Zo te zien is het een atol in deze grote atol. Grappig en rondom zien we kleine palmboomeilandjes liggen. Dit Lagoon is wel heel bekend, niet vanwege de prachtige eilandjes, maar om het azuur blauwe water. Wauw het ziet er echt ……ja.. idyllisch uit en dan de ondergaande zon erbij. Dan zeggen foto’s meer dan 1000 woorden.

Om dit mini atol binnen te komen moeten we door een soort pas varen. Er staat weliswaar niet veel stroom, wel golven en erg diep is het ook niet. De 15 pk buitenboord motor heeft kuren, ze wil niet met laag toerental blijven lopen en slaat steeds af. Om nu met veel gas en dus snelheid door en over het koraal te jagen? Met een beetje pielen en choken lukt het dan toch en drijven we zonder het koraal stuk te maken het Lagoon in. Ondanks dat de motor half omhoog staat lopen we al snel vast op de bodem en stappen we uit. Ondiep dus en dat geeft dit stukje water die fantastische kleur. Verder wadend komen we bij een eilandje aan. Onbewoond natuurlijk en wat is het hier mooi. Langs onze voeten vliegen soms de roggen voorbij, af en toe een baby haaitje en vogels vliegen in ruime getale over ons heen, Puur Natuur.

Natuurlijk is dit ook een gewilde plek voor toeristen. Die worden dan ook met speedboten aangevoerd om dit fenomeen te bewonderen. Ze doen hetzelfde als wat wij doen, alleen worden zij ook gevoerd met een bbq op kleine eilandjes. Zo krijgen zij het paradijselijke gevoel en ik kan ze geen ongelijk geven.

We lopen zo over de strandjes, kijken naar de vogeltjes boven ons, waden naar een eilandje verder op, zien de kokoskrabben zich verstoppen en laten dit alles op ons inwerken. Gaaf!

De volgende dag trekken we verder. Het atol is groot, de grootste van de wereld. Het is een aparte gewaarwording dat het atol, de oude krater, binnen slechts enkele tientallen meters diep is en 100 meter verderop aan de buitenkant de diepte kan oplopen tot enkele tienduizenden meters. We varen boven op de berg!

Het anker gaat te water pal voor een andere Motu. Dit is een koraaleilandje in de oude vulkaanrand. Hier staan oude resten lava die nog niet door de oceaan zijn weggespoeld. Man ..wat zijn die dingen scherp. Er op lopen is bijna onmogelijk en we moeten heel goed oppassen ons niet te bezeren. Zoals altijd wordt er gezocht naar interessante stukjes koraal, liefst gekleurde stukjes. De zon brandt behoorlijk en na een drankje genoten te hebben onder de palmbomen nemen we een duik in het kraakheldere water. Visjes kijken. Het koraal komt hier ook goed uit de verf omdat de zon er zo mooi in glinstert en de koraalklompen zijn oogverblindend mooi. Dat komt voornamelijk omdat tussen de motu’s weinig zand zit en het weinige dat er toch zit wordt makkelijk door het stromende water meegenomen. In het grote atol is het anders, daar is veel koraalzand en alles dwarrelt dan ook in het rond, gevolg…weinig zicht. We klagen niet, deze plek voor Motu Faama is mooi.

Als de zon onder gaat liggen we helemaal alleen in complete duisternis. Alleen de sterren fonkelen boven ons. In de verte horen we kikkergeluiden. Tenminste daar lijkt het op, maar er zijn hier helemaal geen kikkers; het blijken vogels te zijn. Later op de avond verandert dat in een geluid wat meer klinkt als het geschreeuw van jonge katten. Dat moeten wel vreemde vogels zijn.

Op één van de volgende ankerplekken blijkt duidelijk wat er aan de hand is. Het broedseizoen is begonnen, het is voorjaar geworden en dus worden er eieren gelegd. De Booby’s, sterntjes en andere vogeltjes zijn elkaar het hof aan het maken, bouwen nesten en er wordt al gebroed. De nieuwe lichting komt eraan. Onder water is zoiets ook gaande want tijdens het snorkelen en duiken zien we vele spermawolken en snelle Trigger vissen verdedigen hun nest op de bodem. Deze nesten zijn gemaakt van koraalstukjes en triggervissen willen nog wel eens bijten als je hun territorium te dicht nadert.

Na een paar dagen, zwervend langs de rand van het atol komen we in de uiterste zuid-oost hoek van het atol uit. De navigatie is hier lastig. Overal zijn ondieptes en we slalommen tussen de koraalkoppen door. Deze zijn altijd net onder water en voor ons uiterst gevaarlijk. Het materiaal is hard en vlijmscherp. Niet raken dus. De navigatiekaarten zijn niet nauwkeurig genoeg en het moet dus op zicht en dat kan alleen als de zon hoog staat en van achteren schijnt. We vinden het maar spannend. De blauwe ondiepere plekken zijn goed zichtbaar, maar de geelgroenbruine stukken komen pas laat in zicht en dan staat er niet veel water. We doen het voorzichtig en alles gaat goed. Binnen het gebied van koraalkoppen laten we op acht meter water het anker plonzen. We liggen weer.

Het gehele gebied is er ondiep, hele stukken minder dan dertig centimeter. Het is voornamelijk zandbodem en we zien ook veel roggen rondvliegen in dit wel heel warme water. Ze zullen het wel fijn vinden. De hele hoek is wat verzand. Er is zelfs een soort mangroven met diepere inhammen richting rif. Ondanks al dat zand zijn er geen koraal- en zandstranden en is er ook geen helder water. We verkennen de boel goed en besluiten dat we morgen maar weer eens in de richting van wat beschaving moeten varen. Eenzaamheid is mooi, maar moet niet te lang duren.

Het is ongeveer halverwege dat we nog een stop maken voor de nacht. Er is strand en een doorgang met veel stroom en een stuk rif met veel palmbomen. Waarschijnlijk is het tijd om de kokosnoten te oogsten voor de copra, het witte binnenwerk. Overal liggen stapels doormidden gehakte noten te drogen. Je ziet ook kleine nederzettingen met coprawerkers.

Op de weg naar de beschaving ziet Trees een donkere vlek in het water. We moeten constant opletten om niet op een koraalkop te lopen. Dit is anders, deze vertoont twee twinkelende puntjes die net boven water komen. Het is een Manta rog, zo’n enorme joekel en dat in dit ondiepe water. Nog net zien we de enorme bek en dan is ze weer weg. De volgende dag zien we er weer een. Dezelfde? Het zijn gigantische beesten en het is helemaal geen seizoen. Ik probeer de boot nog snel te stoppen, maar ze duikt en ze laat zich niet fotograferen, maar wat een geluk.

In het weekend nemen we de oude ankerpositie voor het dorp weer in en is ons rondje Rangiroa klaar. De komende week blijven we hier. Het is deze week feest, dansen en zingen en dat gaan we meemaken.



zondag 14 september 2014

In afwachting van....

Het is alweer een maand geleden dat onze vrienden vertrokken en we zijn nog steeds ten anker voor Papeete, Tahiti. Als je wat moet wat betreft de boot of jezelf, dan moet je het hier doen. Het vaste land is duizenden kilometers ver weg en daartussen alleen water met wat eilandjes.

Dus de boot werd uit het water gelicht voor een reparatie aan het zwaard. Alle onderdelen die uit Nederland kwamen werden verwerkt en zo vele andere klusjes. Niet alleen werd SantanA doorgelicht, zo ook haar bewoners. Twee weken lang bezochten we doctoren en laboratoria. Elke dag weer opnieuw met de bus naar de stad, wachten op je beurt, je afspraak afwerken en weer terug naar de boot. Uiteindelijk zijn we goed door de keuring gekomen en kunnen we verder.

Toch is de ankerplek niet echt geweldig; warm….dat wel, maar zwemmen is niet zo goed. Het water is weliswaar helder, maar er drijft nogal wat rommel op en er is niets in te zien. Tijdens het snorkelen rondom de boot zien we nagenoeg niets, geen haaien, geen vissen en ook geen bodem. Met 16 meter water is het net te diep. Helemaal niets is ook niet waar, zo af en toe komt er een grote schildpad voorbij snuiven. We gooien van alles in het water, zelfs vleesbloed, maar er komt niets op af…… jammer.

We wachten op een goed weergat. Het wordt tijd voor een andere ankerplek. Als dat er aan komt, hebben we helemaal geen zin en wachten we wel op het volgende. De weekenden volgen elkaar op en worden hier goed besteed. Net als in Nederland gaat men er op uit. Toch heeft men haast, want allemaal razen ze in hun speedboten over het water. Alles gaat hard en het golft als een gek. Onrust alom en het crosst maar om je heen. Verder wordt er in het weekend driftig geroeid. Door de week wordt er flink geoefend en op zaterdag is er dan een wedstrijdje. Ik moet wel zeggen dat het een mooi gezicht is al die kano’s. Elke kano heeft wel een begeleidend bootje en die varen er met veel geweld omheen. Het ziet er daarom nogal chaotisch uit en wat een golven, dat kan toch niet handig zijn voor de roeiers.

Vanaf de wal klinkt de muziek, goed voor de roeiers, hoewel… De muziek die behoorlijk hard staat is een soort variant van Jordaanmuziek op een hammondorgel , op z’n Polynesisch gezongen en een tikje vals. Het zal wel inspiratie voor de roeiers zijn, zij roeien nu beslist harder. Wij ..wij wachten af, we kunnen niet vluchten. Het is typische muziek van Jan met de pet, de gewone man. Zij zijn degenen, die aan het water wonen. Voor onze begrippen bezitten zij de beste plekken aan het water, waar ze hun bouwvallige hutten bouwen, maar de duurdere huizen zijn hier tegen de berg gebouwd, wel met een heel mooi uitzicht op Moorea. We noemen het Residence.

Het volgende weergat kondigt en dient zich aan, 4 dagen vooruit. Nee.. dat wordt het niet. Het is een El Ninjo jaar en het weer is duidelijk van slag. Geen zuid oostelijke Passaat winden, maar veel meer oost en noordoost en de lagedruk gebieden volgen elkaar op.

Noordoost…voor ons niet zo handig, daar moeten we naar toe. We wachten nog even, halen 2 keer per dag het weer binnen, maar hebben eigenlijk geen zin meer in wachten. Het weer verandert zo snel, dat we nu echt klaar liggen en direct anker op gaan zo gauw het iets lijkt, ook al is het NE en worden de 210 mijl naar Rangiroa iets meer, maar het is dan niet anders, c’est la vie.

dinsdag 26 augustus 2014

Vakantie met vrienden,

 
 
We laten Fakarava achter ons en concentreren ons op de aankomst in Tahiti. We willen zeker niet te laat komen. Vijf dagen voor hun aankomst maken we vast midden in het centrum van Papeete. Zo is het ook gemakkelijk om alle koffers aan boord te nemen en kunnen we wat meer zien van de stad met de paradijselijke naam. Jammer genoeg overheerst het lawaai en is het gehalte slecht onderhouden beton groot. De Polynesiërs …die zijn echt. Vetkwabben en een enorme omvang; dat zijn de echte en die hebben aanzien. Volgens ons heerst hier ook een vrouwencultuur; zij zijn de baas, zij besturen dan ook de SUV`s

Dan is het eindelijk zover, ze zijn geland. Het is 5 uur in de ochtend en de eerste bus vertrekt over een kwartiertje, opschieten dus. Weer een kwartiertje later lopen we de aankomsthal in en al snel zien we ze staan, onze ploeteraars, met beiden een I Pad in de hand en een berg bagage. E.e.a. natuurlijk wel binnen de grenzen van de maximaal toegestane hoeveelheid kilo’s. Gelukkig valt de handbagage daar niet onder… Wel een beetje wit om de neus en ongeschoren en ontzettend blij. Ook wij zijn blij ze na zoveel jaren weer in levende lijve te zien. Ze hebben het gehaald en al het drop en onderdelen etc zijn ook mee door de douane gekomen.

Later schrijft Jolande:
Het is precies vijfentwintig jaar geleden dat wij op reis in Noorwegen, Trees en Jan hebben ontmoet. Op reis... Dat werd het thema van onze jarenlange intense vriendschap. Samen gingen we naar Noorwegen, de Pyreneeën, Ierland, Griekenland, Terschelling en Zeeland. En niet te vergeten alle weekenden samen... Lief en ook leed... Zwanger van Melanie zeilden we samen, met een gehuurd zeiljacht, langs Griekse eilanden. Getuige van de dromen, de plannen en uiteindelijk de bouw van de SantanA. Vier jaar geleden vlogen we naar noord Noorwegen, om tijdens de proefvaart mee te varen door het eilandenrijk van de Lofoten. En toen vertrokken ze voor de echte reis... Drie jaar geleden alweer... We wilden weer mee, maar iedere keer kwam er iets tussen... Geen Kaapverdisch voor ons, geen Brazilië voor ons, geen Chili voor ons..... Steeds verder zeilden ze van ons vandaan, tot letterlijk de andere kant van de wereld. We volgden hen via email, skype en hun weblog. 

Woensdag gaat het gebeuren... Wij zullen in zesendertig uur vliegen/reizen, die drie jaar zeilen overbruggen. We zien elkaar weer in Papeete, Tahiti! Een wonderlijk paradijs in de stille oceaan wacht op ons! 

Gisteren zijn we uit de drukte van de haven van Tahiti vertrokken. Te weinig wind voor de zeilen, motoren we zachtjes naar Moorea. De zon brandt hard, factor 50 is geen overbodige luxe. We ankeren pal naast een strand met palmbomen. Het is er druk met dagjesmensen en waterscooters verstoren de idylle van dit paradijs. Het uitzicht in Opunohu bay is verbluffend. Captain Cook liet hier zijn anker vallen en vernoemde de verderop gelegen Cook bay naar zijn naam. We stoppen Jolande en Richard vol met snorkels en flippers en in het azuurblauwe water schuiven de eerste roggen onder ons door. Gefascineerd volgen we al snorkelend deze Luipaardroggen.

Het is mijn verjaardag, mijn telefoon vertelt me dat ik oproepen gemist heb; Trees bakt pannenkoeken voor mijn verjaardagontbijt. Op land staat ergens een wifi hotspot, de verbinding is duur en heel langzaam. Foto's uploaden is onmogelijk. Al mijn aandacht voor mijn ipad, loop ik de slingers en ballonnen pardoes voorbij...oeps.. Zijn dit gedragingen van een afkickende junk. Beetje stress voor Jolande.
Wij lachen, er is hier toch geen internet, ga maar verder met afkicken.

Gisterenmorgen zijn we met de bijboot naar een verderop gelegen resort gevaren. Voor het resort is een ondiepte. De haaien en roggen worden daar regelmatig gevoerd. We snorkelen tussen de tientallen zwarttiphaaien en enorme Stingray roggen. Het is een adembenemend, vreedzaam tafereel. De haaien hebben geen belangstelling voor ons, Richard en Jan filmen en fotograferen. Wij vergapen ons. Als de reisgidsen zeggen spectaculair, dan overdrijven ze niets. Een paar dagen geleden zaten we nog in Nederland, wij ploeteraars.. Nu zijn we naar de haaien..... En we krijgen er geen genoeg van!


De oversteek naar Huahine is ruim negentig zeemijl. De wind is gunstig en we zetten alle zeilen. Zoals altijd klotst het nog behoorlijk, hoofdschuddend zeg ik dat het tot nu altijd zo op de kl#grrr Pacific is geweest. Golven komen hier altijd van verschillende richtingen en dat maakt het leven niet gemakkelijker. De zon gaat onder en SantanA schuift een donkere sterren nacht in. We hobbelen voort, verder gebeurt er niets, eindelijk onthaasten.

Wij wisselen elkaar voor de wacht af en Richard en Jolande mogen voor deze keer in het kapiteinsbed slapen. Zij hadden het over hazenslaapjes; wij, die wakker waren, hebben ze niet gezien.

" Geef me zeven levens en ik leef ze allemaal..... " Een levensmotto... Maar Richard heeft er gisteren wel eentje verspild.... Over beschermengeltjes gesproken...

We lagen voor anker bij Fare, het hoofddorp van het eiland Huahine. Zo'n vijftig meter uit de kust is hier een rif. Hier is een plek waar iedere dag de vissen gevoerd worden, een spektakel voor de toeristen, die hier per boot naar toegebracht worden. Wij gaan er op af, met de bijboot. Het is een spannende tocht, omdat er veel ondieptes zijn, met messcherpe koraalkoppen die vlak onder en soms zelfs boven de waterspiegel uitsteken. We manoeuvreren voorzichtig tussen ze door. Vlak bij de spot, waar twee boten met toeristen liggen, springen we overboord met onze snorkels op.

Richard heeft Jan zijn GoPro onderwatercamera in de hand. Jan wenkt, hier moeten we zijn. Bij de voer plek hangen touwen, daarbinnen kan je beter niet komen, als de haaien gevoerd worden. Richard wordt, al filmend, door de stroming de onderwatertuin ingezogen.. Midden tussen de hongerige haaien.

Wij roepen hem, hij reageert niet. De toeristen en hun gidsen roepen ook "Richard!!" Hij kijkt op, en wijst naar beneden..."daar gebeurt het", gebaart hij! Wij wenken en roepen en het kwartje valt... Hij was bijna haaienvoer.

Achter de touwen gaan we onder water en het schouwspel is geweldig. Tientallen haaien, allerlei kleurrijke vissen. Als het voeren voorbij is, zijn de haaien weer vertrokken, maar vele prachtige vissen weten ons nog lang in hun ban te houden. 


An Other Day in Paradise.

Bora Bora staat op het programma, voor ons veel te beroemd en vaak valt het daardoor tegen, maar de reisgidsen hemelen het eiland enorm op. We zullen zien.

Alleen op de Stille oceaan, ik zit op het voorpuntje van de boot. De wind maakt de warmte dragelijk. Ondanks de factor 50 voel ik hem branden.
Bora Bora komt steeds dichterbij, de branding rolt over de koraalriffen, langs de meterslange witte tropische stranden. We vinden een plaats voor het anker, vlak voor het dorp. We gaan op verkenning en op jacht naar bruikbaar internet...dat laatste zijn we al een paar dagen niet meer tegen gekomen. Afkicken valt zwaar. Stress voor Jolande

Als we een streepje internet ontvangen van de Marina aan land, kan ik net de reacties lezen op ons blog... Als de boot draait om het anker is het streepje internet weer weg.... " ik kan de stilte voelen" schrijft iemand... We lachen erom hier in Bora Bora, we kunnen elkaar niet eens verstaan... Het festival is losgebroken. De disco aan wal knalt lichtbundels de baai in, de sterrenhemel verbleekt... Uit iedere hoek komt andere muziek en de dreigende trommels geven ons het gevoel dat ze zo meteen toeristen gaan koken. De hele avond gaat het door en de nacht, en de ochtend. Houdt het dan nooit op? Tegenwoordig zijn toeristen erg taai en kunnen ze er wel tegen.

Bora Bora is enig in haar soort. Het is een lagune, met middenin een eiland, de krater van een uitgedoofde vulkaan. Langs de binnenrand van de lagune liggen kleine eilandjes; het water in de lagune is ongelofelijk azuurblauw! De koraalriffen zijn prachtig en er zijn hier Manta's en natuurlijk haaien. De resorts bestaan uit hutjes met palmbladdaken, op palen gebouwd.

De ringweg op het hoofdeiland is 32 kilometer. We huren een auto. We doen een hele dag over deze ringweg, stoppen voor foto's, klimmen de berg op, op het heetst van de dag, omdat de weg ophoudt. Trees laat ons zeulen met pompoenen en pompelmoezen die we onderweg vinden. We voetballen wat met kokosnoten.

We gluren achter de schermen van het leven van de Polynesiër. Een matriarchale samenleving, boven de twintig is men vet en lui...alleen de chinezen lijken te werken. Overal op straat zwerven verwaarloosde honden.. Met uitgerekte tepels, vol met schurft, mager en vaak kreupel... Frans Polynesië is geen ontwikkelingsland. Men heeft parels, toeristen en ruime subsidie uit Parijs... De prijzen zijn extreem hoog.... Men vindt het blijkbaar allemaal wel best zo.

Het festival is echt losgebarsten, knallende( techno ) muziek en gejoel uit verschillende hoeken met luidsprekers op de baai gericht. Een doorwaakte nacht voor ons allen.
We rijden nog een rondje met de auto over het eiland. Het is zondag, het kleine eiland heeft vele kerkjes. Maar geen kerkhoven. We ontdekken de graven in de voortuinen bij de huizen. Dat is voor de familie lekker dicht bij. Soms een heel mausoleum, soms een eenvoudig graf. Nooit tevoren zagen we dit.
Weg uit de herrie. Snorkelen doen we wel weer een eiland verderop. Het is bovendien al tijd om rekening te houden met de terugreis. De wind staat tegen, voor de terugtocht naar Tahiti. We kunnen het beter ‘al eiland hoppend’ rustig aan doen. Na een paar uurtjes motorzeilen bereiken we Tahaa.

Bij Tahaa liggen op de rand van het lagoon kleine eilandjes (motu's); eentje met een resort. Hiertussen ligt een koraaltuin, een tiental boten ligt er voor anker. Vier met een Nederlandse vlag, hier aan de andere kant van de aardbol. Het is stil! We horen alleen de branding tegen de rand van het lagoon... Ja, dit is beter; eindelijk weer rust.

In de morgenzon binden we de bijboot aan een palmboom. Het onbewoonde kokosnoteneiland lijkt een filmdecor. Richard controleert of er soms "copyright Disney" op de bomen staat. Door de jungle van het eilandje wandelen we naar de andere kant. Vanaf hier laten we ons, met de stroom mee over het koraal terugdrijven. Het is een kunst om tussen het koraal door te snorkelen, het is ondiep, de stroming is sterk en het koraal is scherp. Opeens vind ik Nemo... Een eenzaam clown visje in een anemoon. Ik plant mijn flippers in de grond en wenk de anderen, Jan legt mijn Nemo op film vast. Zelf heeft hij net een inktvis gevonden. Een fascinerend stukje water, tussen twee tropische eilandjes, met aan de horizon Bora Bora... Gelukkig buiten gehoorsafstand!
Eind van de middag gaan we op zoek naar schildpadden. Helaas, je kunt niet altijd geluk hebben... Maar hierna snorkelen we weer eindeloos boven het koraal.... Hand in hand drijven Richard en ik boven scholen vissen, met de mooiste vormen, kleuren en tekeningen. Een vis wroet heftig in de zeebodem. We knijpen onszelf eens, over twee weken zijn we weer aan het ploeteren in Nederland.. Maken we dit echt wel mee?

Toen ik Trees en Jan schreef dat wij zesendertig uur moesten reizen voor we in Tahiti waren, schreven zij dat ze nog zesendertig uur moesten varen. Ik vond dat geen vergelijk, dat varen deden ze toch al drie jaar...

Gisteren vertrokken van Tahaa, de windvoorspelling vertelt ons dat het steeds lastiger wordt om anders terug te komen naar Tahiti. We varen aan de wind, er moet een motor bij om koers en vaart te kunnen houden. De golven komen uit de verschillende richtingen. Toch maar een zeeziekte tabletje... En dan begint het afzien. Lezen lukt niet, film kijken lukt niet, de boot stampt door het water. We kletsen wat, lossen wat wereldproblemen op (dat is altijd snel klaar met Jan en zijn kort door de bocht oplossingen).

We hebben een kijkje in de minder romantische werkelijkheid van de wereldzeiler...deze wind en deze klotsbak die Pacific heet, is Jan en Trees hun vooruitzicht tot aan Alaska.

Richard en ik duiken uiteindelijk ons bedje in, maar Jan en Trees doorwaken de nacht grotendeels. Zesendertig uur varen is minstens net zo afzien als zesendertig uur vliegen.

We zijn terug op Moorea, vanmorgen met de bijboot nogmaals naar de roggen en haaien gegaan. Een boot met toeristen ligt op de spot, niemand durft het water met de haaien in, het zullen wel Amerikanen zijn. De reisleider nodigt ons uit om dan maar de roggen te voeren. Maar alleen Jan durft echt. Hij krijgt vis en uitleg en de roggen klimmen hoog tegen hem op en duwen hem om.. 

Nieuwsgierige roggen komen ons ook vragen of we niks lekkers hebben.We aaien ze voorzichtig, zo zacht. Ik ben toch wat angstig voor de staart met stekel. Tenslotte is Crocodile Dundee door zo'n pijlstaartrog om het leven gekomen. Een andere gids grijpt met blote handen een meeuw uit de lucht... de vogel kijkt net zo verontwaardigd als onze poes, als je haar oppakt.

Terug op de boot begint het zachtjes te regenen, een regenboog staat tegen de berg. Het is weer droog als de duisternis valt.... De vissen springen boven water; het is nacht en de jacht is begonnen.


“Dolfijnen aan stuurboord" klinkt het vanuit de kuip, als Rich en Jolande hun tanden staan te poetsen. Ze rennen naar dek. Gisteren dacht ik in de verte ook al dolfijnen gezien te hebben... Nu zo'n honderd meter van de boot zwemt een groep van een stuk of zes dolfijnen voorbij. We proberen wat te filmen, ze gaan naar open zee. Met het zeezoogdierenboek van Trees proberen we uit te vinden wat voor dolfijnen dit zijn... Onmogelijk op zo'n afstand... De kapitein weet het echter wel... Het zijn "van Weeghel dolfijnen"

Ik ben toch wat teleurgesteld als noch de schildpadden noch de dolfijnen ons komen uitzwaaien, als we het lagoon van Moorea uitvaren. "Als afsluiter wil ik graag dolfijnen of anders een walvis naast de boot!" De woorden zijn koud uit mijn mond en we horen diep uitademen, nog geen vijftien meter naast ons, de grijze rug van een walvis! In mijn enthousiasme maai ik Jan de camera uit de handen... Ze gaat weer onder en komt verderop weer even boven... Gewapend met camera's kijken we haar na....Woow wat een afscheid van de Pacific....

Twee dagen lang rijden we rond om Tahiti en zo komen we bij drie watervallen. Over de wandelbrug naar het pad in de jungle hangt een zware ketting met hangslot... Balen, moeten we nu omkeren? Dan klimt Richard gewoon over de ketting heen... En wij volgen. We klimmen een uur door een fascinerend oerwoud..., gelukkig wel over een behoorlijk aangelegd pad. Minder stress voor Jolande. De poelen waarin de watervallen in uitkomen zijn verfrissend en…gevaarlijk. Niet naaktzwemmen dus, jammer!

Het is weer droog, als we bij de heilige beelden komen, het woud geurt heerlijk na de regen. Heel veel historie is er niet overgebleven, maar deze oude hunebedden zijn wel interessant. Vooral het houtsnijwerk. Ook geen stress voor Jolande.

Het is snel donker in de tropen en we gaan terug naar Papeete, na eerst nog even een heerlijke maaltijd te hebben genuttigd bij een Roulotte, een knusse afsluiting van onze gezamenlijke reis, voordat onze ploeteraars morgen weer dit Paradijs verlaten.

Vierendertig uur nadat we afscheid namen van Kappie en Trees, sluiten we op Schiphol Melanie weer in de armen.... Onze droomvakantie is voorbij; we proberen het gevoel nog even vast te houden
Als we onze ogen sluiten, voelen we de boot nog wiegen...
We missen jullie nu al, tot volgend jaar...
In Alaska