Paraty, een van de best bewaarde dorpen uit de Portugese tijd, dankzij haar UNESCO status sinds 1966. Het dorp verkreeg haar roem en rijkdom vanwege de ontdekking van goud en diamanten in Minas Gerais. Goederen en mensen (o.a. slaven) werden van hieruit vervoerd van en naar Portugal. Nu gaat alles via Rio de Janeiro en Sao Paulo, dus Paraty moet het tegenwoordig hebben van de toeristen.
Wij droppen ons anker pal voor het dorp met haar karakteristieke kerk. Het bijzondere is dat alle straten met vloed (hoog water) onder stromen en met afgaand tij neemt het water het afval en andere onwelkome substanties mee naar zee... en schoon zijn de straten weer! Gelukkig komt alle shit nu niet meer op de straat terecht, maar waar het wel terecht komt is ook een duister gebeuren. Het zal wel ergens nog via een open rioolsysteem in de zee uitkomen. Toch waren die Portugezen niet gek, net als de Hollanders waren ze wel zo slim de huizen een paar stenen hoger te bouwen, waardoor die wel droog bleven. Het grappige is dat het nog steeds zo werkt, alleen worden de straten nu eerst door een bezem schoon geveegd alvorens het water komt. Niet dat je veel verschil ziet, want er ligt al zoveel rommel in het water en dat beetje extra zie je niet. Het dorp is fraai, leuke straatjes en pleintjes.
Het wandelen is met handicap, want het zijn allemaal ongelijke hoge, grote, gladde stenen, waaruit de straat is opgebouwd. Je waant je nog een beetje in koloniale tijden, temeer daar het complete dorp zo is en niet een paar losstaande huizen. Wij vonden het in ieder geval mooi.
Foto: 1- waterfront 2- sanitair systeem 3- leuke straatjes 4- geen auto's
maandag 4 juni 2012
vrijdag 1 juni 2012
Mangrove expeditie
Na Paraty hebben we een nieuwe baai, nu tussen de hoge bergen en helemaal aan het einde van Saco de Mamangua. Weer zo'n fjord, alleen niet meer dan een paar meter diep. Het laatste stuk valt bij eb droog en juist hier mondt een klein riviertje in uit, Rio Cairuqu. Dit riviertje komt uit het tropisch regenwoud en loopt door de mangroven naar zee. Volgens de pilot moet een bezoekje de moeite waard zijn, dus wij op pad.
Gewapend met o.a. muggenspray en een klein voedselpakket, zoeken we de ingang van het riviertje, maar dat is nog niet zo gemakkelijk. Een eerste ingang door het mangrovenbos lijkt dood te lopen en we varen verder. Het is hoogwater en diep is het er ook niet, hooguit een halve meter. Na een kilometer vinden we een andere ingang en hier varen we voorzichtig de mangroven in. De meeste boompjes en struiken staan nog net droog en verder is alles grijs. Langzaam varen we tussen takken en overhangende bomen door, overal blub en net erboven uit komen de wortelpunten, waardoor de mangrovebomen lucht happen. We denken.... als er maar geen slangen in de bomen hangen en ze moeten al helemaal niet in de boot vallen; deze gedachte bezorgt ons wel kriebels in de buik. Wel lopen er duizenden en duizenden krabben. Ze zitten overal en voornamelijk in de bomen en als we onder een tak doorvaren rennen ze alle kanten op..... Brrr. De grote zijn fel oranje/rood met grote rode ogen en doen een beetje kriepo aan. Sowieso is deze omgeving een beetje luguber, het doet me aan Indiana Jones denken, die had ook zoveel kriepo's rondrennen. Aan het eind van het watertje ligt een kano, zonder bestuurder en verder is alles modder. Het tropische woud is niet ver weg, maar hier stappen wij echt niet aan wal, echt niet!!! Rustig aan peddelen we terug, maar dit duurt niet lang, want de mugs en knots hebben ons ook ontdekt, smeren....spuiten.....we zitten voor we het weten onder de bulten en varen zo snel als mogelijk op de motor terug naar open water. Te laat...we zijn vele jeukbultjes rijker.
We varen terug en gaan op zoek naar een andere ingang. Het is prachtig weer en de zon schijnt volop. Toch maar weer naar het eerste probeersel. Hier zien we een bootje uit komen, nou dan kunnen wij er ook in... en ja hoor, het watertje slingert zich door de mangroven en komt na heel veel slingers uit aan de rand van het tropische woud (Mata Atlantica). De mangroven zijn hier lang niet zo eng, eigenlijk lijkt het wat op Belt-Schutsloot, dat kanaaltjes varen dan, maar daar houdt de vergelijking eigenlijk ook op.
Prachtige omgeving, hogen bomen, lianen, slingerplanten, varens, palmbomen. Eerst is het water redelijk diep, maar aan het einde staat er niet zo veel meer. Nog steeds is het vloed! We horen water stromen en het is helder en zoet. Nu zijn we op de goede weg, de rivier, het plekje uit de pilot is gevonden.
We leggen de boot aan de ketting en gaan lopend op pad. Na een kwartiertje vinden we de stroomversnelling. We voelen ons een soort Livingstone, die moest alleen veel hakken en wij kunnen gelukkig een pad bewandelen. Jammer genoeg is het al laat geworden en nemen we het zwemmen voor lief. De muggen steken ondertussen nog steeds en wat veel verontrustender is, het wordt eb. We zijn net op tijd terug, want het water is zeker al 20 cm gezakt. Al peddelend en moterend, boomstronken en stenen ontwijkend, soms schurend over de grond, komen we terug op het grote water. Gered....en wat een avontuurlijk ritje zeg. Terug bij de boot landen we nog even op een strandje en plukken er (wilde zure) sinaasappelen en bananen. Natuurlijk moeten er bellen gaan rinkelen, als er zoveel vruchten liggen te verrotten, maar bij ons geven ze pas alarm als we de sinaasappel proeven. Zogezegd een bekkentrekker....misschien met een beetje honing erin? Voor we de vruchten weggooien eerst maar proberen. Onze expeditiedag kon niet meer stuk.
Fotos 1- mooi rood is niet lelijk 2- beetje brrr 3- impressie 4- net Belt-Schutsloot
Gewapend met o.a. muggenspray en een klein voedselpakket, zoeken we de ingang van het riviertje, maar dat is nog niet zo gemakkelijk. Een eerste ingang door het mangrovenbos lijkt dood te lopen en we varen verder. Het is hoogwater en diep is het er ook niet, hooguit een halve meter. Na een kilometer vinden we een andere ingang en hier varen we voorzichtig de mangroven in. De meeste boompjes en struiken staan nog net droog en verder is alles grijs. Langzaam varen we tussen takken en overhangende bomen door, overal blub en net erboven uit komen de wortelpunten, waardoor de mangrovebomen lucht happen. We denken.... als er maar geen slangen in de bomen hangen en ze moeten al helemaal niet in de boot vallen; deze gedachte bezorgt ons wel kriebels in de buik. Wel lopen er duizenden en duizenden krabben. Ze zitten overal en voornamelijk in de bomen en als we onder een tak doorvaren rennen ze alle kanten op..... Brrr. De grote zijn fel oranje/rood met grote rode ogen en doen een beetje kriepo aan. Sowieso is deze omgeving een beetje luguber, het doet me aan Indiana Jones denken, die had ook zoveel kriepo's rondrennen. Aan het eind van het watertje ligt een kano, zonder bestuurder en verder is alles modder. Het tropische woud is niet ver weg, maar hier stappen wij echt niet aan wal, echt niet!!! Rustig aan peddelen we terug, maar dit duurt niet lang, want de mugs en knots hebben ons ook ontdekt, smeren....spuiten.....we zitten voor we het weten onder de bulten en varen zo snel als mogelijk op de motor terug naar open water. Te laat...we zijn vele jeukbultjes rijker.
We varen terug en gaan op zoek naar een andere ingang. Het is prachtig weer en de zon schijnt volop. Toch maar weer naar het eerste probeersel. Hier zien we een bootje uit komen, nou dan kunnen wij er ook in... en ja hoor, het watertje slingert zich door de mangroven en komt na heel veel slingers uit aan de rand van het tropische woud (Mata Atlantica). De mangroven zijn hier lang niet zo eng, eigenlijk lijkt het wat op Belt-Schutsloot, dat kanaaltjes varen dan, maar daar houdt de vergelijking eigenlijk ook op.
Prachtige omgeving, hogen bomen, lianen, slingerplanten, varens, palmbomen. Eerst is het water redelijk diep, maar aan het einde staat er niet zo veel meer. Nog steeds is het vloed! We horen water stromen en het is helder en zoet. Nu zijn we op de goede weg, de rivier, het plekje uit de pilot is gevonden.
We leggen de boot aan de ketting en gaan lopend op pad. Na een kwartiertje vinden we de stroomversnelling. We voelen ons een soort Livingstone, die moest alleen veel hakken en wij kunnen gelukkig een pad bewandelen. Jammer genoeg is het al laat geworden en nemen we het zwemmen voor lief. De muggen steken ondertussen nog steeds en wat veel verontrustender is, het wordt eb. We zijn net op tijd terug, want het water is zeker al 20 cm gezakt. Al peddelend en moterend, boomstronken en stenen ontwijkend, soms schurend over de grond, komen we terug op het grote water. Gered....en wat een avontuurlijk ritje zeg. Terug bij de boot landen we nog even op een strandje en plukken er (wilde zure) sinaasappelen en bananen. Natuurlijk moeten er bellen gaan rinkelen, als er zoveel vruchten liggen te verrotten, maar bij ons geven ze pas alarm als we de sinaasappel proeven. Zogezegd een bekkentrekker....misschien met een beetje honing erin? Voor we de vruchten weggooien eerst maar proberen. Onze expeditiedag kon niet meer stuk.
Fotos 1- mooi rood is niet lelijk 2- beetje brrr 3- impressie 4- net Belt-Schutsloot
genieten
Na al het werk is het tijd voor genieten en trakteren we ons op een mooie wandeling door het woud van Ilha Grande. Het pad voert ons langs idyllische strandjes met palmbomen. Overal horen we de Kiekeboe, een dikke mus met een geel borstje en een lange snavel. Er schijnen ook apen te wonen, die wij niet hebben gezien, maar anderen wel. Het gaat berg op en berg af, over stenen en tussen boomwortels door. Uiteindelijk bereiken we de andere kant van het eiland met het mooiste strand van de regio, Lopes Mendes. Ondanks dat het hier winter is liggen er genoeg billetjes op het strand.
Na 16 km zijn we terug en koelen onszelf af met bergwater, wat op veel plekken naar beneden stroomt. Het wordt door alle zeilers gebruikt voor een douche en de was, want met het water aan boord moet je zuinig zijn. Het dorp Abraao is toeristisch, veel pousada's en restaurantjes, maar wel schattig; het heeft alleen zand weggetjes en geen auto's. Echt een stranddorp.
Ondertussen wordt het tijd verder te varen en zo ankeren we in Lago Azul, waar we lekker snorkelen, daarna volgt de baai van Sitio Forte, waar we de "Orca" ontmoeten. Samen met hen genieten we van het strandleven, drinken bier! en maken een mooie wandeling naar een rivier met een stroomversnelling bij Saco do Longa. De volgende dag moteren we naar Paraty, want wind is hier de "fjordenwind", komt altijd uit de verkeerde richting.
Foto: 1- strandje 2- billetjes op Mendes 3- ff afkoelen 4- samen Orca
De klus na Rio
Na Rio bevinden we ons nu in een bergachtig gebied rond Ilha Grande. Het hele gebied tot ca. 270 km ten westen van Rio wordt de Costa Verde genoemd, een dichtbegroeide (groene) kuststrook met bergen, tropisch regenwoud, eilandjes en stranden. Nog net voor donker "landen" we voor het dorp Abraao op Ilha Grande wat in het Portugees beschutte baai betekent. We zijn in een prachtige omgeving beland met het tropisch regenwoud voor de deur. Het doet idyllisch aan en we zullen het er vast wel naar de zin hebben. Toch hebben we eerst nog een loodzware klus te doen. Onderweg hier naar toe merkten we al dat SantanA op de "handrem" bleef staan en de schroef resoneerde ook behoorlijk. Het onderwaterschip....zwaar vervuild.
In totaal zijn we twee weken aan het krabben en poetsen gegaan, wat een klus zeg. Het was een centimeters dikke laag van pokken, prut en ander ongedierte, wat vol zat met een soort garnaaltje of krabbetje en die beten!! Als marsmannetjes gingen we te water, gewapend met ijskrabbers en trespa plankjes. Eerst effen plassen en dan adem in en onder de boot duiken. Zoveel mogelijk krabben om vervolgens blauw boven te komen en dan eerst even bijkomen alvorens de volgende duik te nemen.
Voor het eerst was de zwaardkast ook vervuild met een dikke laag shit en dan moet ik echt onder de boot hangen en met m'n arm in de kast proberen de shit te verwijderen. Voordat ik dan in positie ben om aan het werk te gaan, heb ik de puf al op en wil eigenlijk weer naar boven. Zo martelen we twee weken lang, elke dag een stukje. Na een uurtje krijg ik het koud en gaan je ledematen tintelen. Tijd om te stoppen... Manana mas! In zo'n situatie hebben we een hele grote boot met veel oppervlakte onder water en ........heel veel tijd, maar heel weinig zin! SantanA is nu onderwater een zwarte paddestoel met witte stippen, maar wel zo schoon dat ze weer normaal vaart.
Wat betreft Rio de Janeiro willen we toch even een naamswijziging aanbrengen; volgens ons mag het wel Riool de Janeiro heten en als de wind uit het noorden komt, voert het ook de hele prut richting zuid, dus de mooie heldere azuurblauwe wateren zijn toch wel aan vervuiling onderhevig, maar ja de hele wereld is aan vervuiling onderhevig. Wij hopen nog wat ongeschonden gebieden tegen te komen, maar net als overal in de wereld moet een "opruim" mentaliteit van bovenaf opgelegd worden. In Brazilië is dat zeker nog niet aan de orde, de open riolen zijn er nog steeds, met alle gevolgen van dien.
Foto: 1- tropisch onthaal 2/3- in vol ornaat 4- uitzicht
woensdag 2 mei 2012
Januari Rivier
Klinkt niet zo exotisch als Rio de Janeiro en het is maar wat je onder exotisch verstaat... een heleboel felgekleurde auto's of mensen in felgekleurde strandkleding of palmbomen met gele stranden. Nee...het aanzicht van de stad, dat maakt het min of meer exotisch. Het overheersende suikerbrood met z'n kabelbaan en het grote Christusbeeld, hoog boven de stad uitreikend en niet te vergeten de baai met al z'n bergen en vele suikerbroodjes, daartussen de grote stranden. Dat is Rio de Janeiro! Toch is het aangezicht als je tegen het ochtendgloren komt aanvaren het mooist, je ziet alleen maar lampjes en die waaieren vanuit de heuvels naar beneden, de rest is nog niet zichtbaar.
Een stad met 10 miljoen inwoners, uitgevoerd als racecircuit en voorzien van vele skyscrapers met daartussen de vervallen oude wijken uit de Portugese tijd en de vele monumentale kerken. Deze kerken en kathedralen staan regelmatig tussen de hoge gebouwen ingeklemd, voor ons een referentiepunt op de kaart. Vind je weg maar eens in zo'n grote stad in een paar dagen. In het begin zat dat ons niet mee, te weinig referenties en dat leidde tot onnodig veel lopen. Zonder kaartje lijkt alles op elkaar en drie maal vragen leidt tot drie verschillende richtingen!! Dat is om het gemakkelijk te maken pfff. Uiteindelijk de goede bus 107 voor de terugweg gevonden. Tuurlijk stonden we er vlak bij, maar ja!
Met een bus rijden is een belevenis op zich. Een half uurtje lekker crossen is niet duur, voor € 1.5 ben je helemaal gebrainwashed, een psychiater kost meer. Wel met twee handen vasthouden! Het gaat echt zo hard mogelijk en het liefst met twee wielen door de bocht. Plankgas en op het laatst vol in de remmen en drie banen opschuiven om een klantje op te pikken. Gaaf.. en alles gaat nog goed ook. Ze toeteren zelfs niet zo veel!
Met de fiets door de stad rijden, dat is pas lef hebben en dat deden wij natuurlijk. Eerst langs de grote stranden met de bekende namen Copacabana en Ipanema. Hier hebben ze fietspaden aangelegd en op enkele voetgangers en werkkarren na, gaf dat weinig problemen. De aanblik daar is fascinerend. Bejaarden joggend met een stringetje om de kont en een bloeddruk meter om de arm. Als de doctor moet komen kan die de waarden zo aflezen. Ja, dat is hier cool!
Gelukkig zijn er jongere modellen en zo valt er veel te zien. Hele stukken strand zijn afgezet voor de volley- en voetballers. Eén ding mag hier niet in Brazil en das in je blootje lopen, verder zijn er geen kledingvoorschriften. Hier kan een creatieve geest veel mee beginnen.
Na het strand moesten we met de fiets terug door de stad, niet zo eenvoudig. De meeste voertuigen rijden je liever plat en er zijn heeeel veel kruispunten waar we moeten oversteken en dat is pas link! Met zweet op het voorhoofd en een chagrijnige kop komen we terug op het vertrekpunt. Zo dat is mooi geweest, morgen demonteer ik de fietsen weer, één keer is genoeg.
We liggen met de boot voor anker in een klein baaitje nabij Urca en wel voor een strandje, pal onder het suikerbrood en ook onder de aanvliegroute van het vliegveld. Vooral s ‘morgens kwamen er vele brullend gas gevend met een scherpe bocht over de baai. Sommige haalden de bocht niet en hadden een doorstart. Het is leuk als je over Jezus kunt scheren, maar je moet wel zorgen dat je op het vliegveld uitkomt.
Dagelijks roeien we naar de kant, daar zijn de winkeltjes en de bushalte. Alles op meters afstand. Bijbootje eerst goed vast (lees: aan de ketting) leggen en zonder motor, want wat er niet aanzit, kan ook niet worden gejat. We hebben een geweldig uitzicht naar alle kanten, maar....wat is dat water hier vies! We durven er echt niet in te poedelen en zeker niet zwemmen. Elke keer spoelen we de voeten en zo af, maar het ergste is dat ons onderwater schip in no-time aangroeit. In een week tijd is het al meer dan twee centimeter. Een stinkende laag schelpen met andere viezigheid, het riekt naar een rioolput. Alles zit eronder, zelfs binnen in de zwaardkast. Tot nu toe groeide daar niets omdat het er donker is, maar nu... Probeer dat maar weer eens schoon te krijgen. Dat wordt heel veel keertjes je adem in houden vrees ik.
Het Suikerbrood kan in twee stations bereikt worden. Wij wandelen en klimmen naar het eerste station, van daaruit hebben we ook een geweldig uitzicht over de stad met z'n baaien. Wil je boven op het Suikerbrood staan, dan moet je diep in de buidel tasten, evenzo voor een bezoekje naar het Christusbeeld ook dat kost in elk geval € 25,-pp, dus wij nemen genoegen met het tussenstation en dat is ook mooi. Hier zien we weer een ander soort makaak-aapje, klein koppie met pluisoren.
Ondertussen wordt het tijd verder te trekken en voor de derde keer gaan we de officiële instanties bij langs. Dat kost je elke keer een halve dag. Een permit voor binnenkomst, een verlenging met 90 dagen en een permit voor afvaart. We zijn er maar druk mee, lang wachten op een stempeltje. Ze weten nog steeds niet goed raad met de zeilboten, vragen naar kapiteinspapieren (grote vaart). Nee...wij zijn een kleine boot en Oh...en ze gaan weer terug en komen een kwartier later nog eens of we 1 of 2 boten zijn, 2 dus, nog een kwartier later......, waar we dan heen gaan... en nog een kwartier later.....de stempel en we kunnen gaan.
Die middag gaan we anker op, varen naar Niteroi, tanken bij Petrobras diesel en varen door naar de haven van Suzy. In deze haven tanken we water, maken nog een praatje met lieve Suzy en gaan aldaar ten anker. Om vier uur in de ochtend gaan we weer anker op, schudden "de" en "het" shit van de ankerketting. In het donker varen we de Januari baai uit, op weg naar Ilha Grande. De mooiste regio van Brazilië naar het schijnt...we laten ons verrassen.
Foto: 1-onze baai 2-Christus waakt over Rio 3-suikerbrood 4-Ipanema Praia 5- Copacabana Praia 6-Referentiepunt 7-ook dit is Rio
Abonneren op:
Posts (Atom)