dinsdag 15 juli 2014

Iles Gambier, onze eerste atol


 De 1500 mijl naar Gambier waren al niet veel beter dan de mijlen ervoor. Onrust, slaande zeilen, af en toe irritatie en geduld hebben, maar uiteindelijk kwamen we in de vroege ochtend aan op Mangareva. Iles Gambier is het zuidelijkste atol van Frans Polynesië en bestaat uit meerdere eilanden met hogere bergen en omringd door een koraalrif. De eerste indruk….. groots, wijds, groen, nog weinig azuurblauw water en velden vol met boeitjes voor de Pearlfarms. Het doet meer denken aan een binnenzee met daarbij behorend vaargebied. Toch....overal palmbomen en het is er warm, witte zandstranden en vele brekers met witte koppen op de ondiepten. Is dit het tropische paradijs? We moeten nog even wennen.

Het atol binnen varen is eenvoudig en het laatste stukje tussen de koraalkoppen door al even zo. De hele route is goed bebakend en de kaart klopt op de meter en dat is geruststellend. We vinden een plekje tussen al onze andere zeilvrienden en genieten van ons nieuwe uitzicht. 

Voor het merendeel simpele huisjes met fruitbomen en gezellige en schone tuinen. Opvallend is weer de kleurenpracht van de bomen en struiken. Het dorp straalt eenvoud en vriendelijkheid uit. Later blijkt dat er veel is veranderd de laatste jaren. Ten gevolge van de bloeiende handel in zwarte parels zijn de bewoners de laatste jaren een stuk rijker geworden. Ze hoeven zich geen zorgen meer te maken over hun voedsel, tegenwoordig wordt alles in de winkel gekocht en zijn de groentetuintjes verleden tijd, wordt het fruit niet meer van de bomen gehaald en heeft niemand zin om de eieren van de kippen te rapen. Men rijdt liever een rondje met de pick-up of suv; verder veel rottend fruit en overal een wildgroei aan babykipjes. Verder dan ook nog de financiële ondersteuning vanuit Frankrijk. Ja, de welvaart is ook hier toegeslagen. Gelukkig is de bakker nog gewoon de bakker en kunnen we stokbrood kopen. Wel om zes uur s ’morgens, anders is het uitverkocht. Zondag zijn er luxe broodjes en die moet je zelfs voor zes uur halen en dan is het nog donker. Je moet er wat voor over hebben. Gelukkig hoeven we daarvoor niet elke zondag zo vroeg voor op te staan. Orca en wij doen dat om de beurt. Dat is een stuk handiger.

Eigenlijk staat hier alles in het teken van de parelkwekerijen. Elke familie heeft dan ook een farm en kinderen die geen zin hebben om verder te leren of op een andere wijze buiten de boot vallen, kunnen op de plaatselijke school andere dingen leren, b.v. lassen, bewerking/graveren van schelpen, het maken van sieraden. Verder natuurlijk hoe je parels moet verwerken en hoe je er zoveel mogelijk aan kunt verdienen. Tijdens een open dag kunnen we er een kijkje nemen en natuurlijk is er van alles te koop. Je kunt best wel zeggen dat alle mannen in de parelindustrie zitten. De vrouwen…velen hebben het volgens mij niet zo druk ; ze rijden in de grote auto’s rond en verzorgen de kids. Tenminste zo lijkt het. Men is vriendelijk, we begroeten elkaar met “bonjour” en haast heeft hier niemand. Er heerst rust, alles is hier zo paradijselijk, zo mooi zo liefelijk , dat we het na een tijdje ook als saai ervaren, geen verrassingen, veel te braaf. Toch genieten we ook van de rust, wandelen, zwemmen, borrelen bij de buren en bij de enige Supermercado met Terras, JOJO, maar na drie weken vinden we het welletjes en gaan we verder richting de Tuamotu’s . Spanning en sensatie moet daar onder het wateroppervlak liggen. Wij gaan stoeien met getijden, stroom mee of tegen, want het schijnt nogal lastig te zijn, getijdentabellen van diverse programma’s zijn het niet altijd met elkaar eens en de verhalen hierover zijn indrukwekkend, hoge staande golven en 6 knopen stroom tegen bij het invaren van een atol. Dit willen we liever niet tegenkomen en met deze wetenschap gaan we op weg naar het volgende atol in dit paradijs, Hao.

dinsdag 20 mei 2014

Het mysterie van Paaseiland.


Het zal altijd een mysterie blijven er is namelijk niemand meer die de geschiedenis kan door vertellen of de geschriften van de houten borden kan vertalen. Deze verre bestemming blijft voor ons z’n aantrekkingskracht houden, ondanks dat we van foto’s, documentaires en reisgidsen wel een beetje weten hoe het eruit ziet. Er zelfs naar toe varen is van een hele andere orde.
Net als de Nederlander Jacob Roggeveen in 1722 zetten wij op eerste paasdag voet aan wal van dit toch wel bijzondere eiland. De Pinta was al een dagje eerder in Caleta Hotu Iti aangekomen en samen met hen trotseren we met onze bijboten de hoge deining en surfen op het goede moment het mini haventje in. We vinden van ons zelf dat we dit wel aardig gedaan hebben, niet wetende dat in komende dagen de golven nog veel hoger worden. Veel te hoog om veilig aan land te gaan.

We zagen ze al van verre, de Moai’s, wat een ander woord is voor Beeld. Hier op de wal staat de Ahu Tongariki, een indrukwekkend platform met vijftien stenen mannen, die allemaal met de rug naar de oceaan staan. De platforms of Ahu’s dienden vroeger als sociaal- en religieus centrum waar ceremonies plaatsvonden. Pas later werden er beelden opgezet. In 1722 stonden de beelden nog rechtop, daarna zijn de meeste vernield of omgegooid. Op het eiland heerste een stammenoorlog en met meer dan 15.000 inwoners was het eiland overbevolkt. Tevens heerste er een wedloop wie de meeste en grootste Moai’s kon plaatsen. Nu zijn er nog meer dan 800 van dit soort beelden en er was nogal wat mankracht en materiaal nodig om dit allemaal te realiseren. Het eiland werd dan ook leeggeroofd. Bomen en struiken verdwenen, maar ook alles wat eetbaar was. Voorheen had Paaseiland de vogelrijkste kliffen van de gehele Pacific, nu is er bijna geen vogel te bekennen. Het eiland ziet er leeg uit en veel vis is er ook niet. Er zijn wat vissers, een stuk of wat en hun materiaal is zeer beperkt.

Paaseiland is één van de meest geïsoleerde plekken op aarde en zo zijn de afstanden naar het vaste land enorm, waardoor vogels en andere dieren en evenzo planten niet in staat waren hier naar toe te komen. Kokosnoten drijven en nemen voor meerdere maanden voedsel mee en zo vinden we hier weer palmbomen. Grappig, niet? Verder komt nu alles met het vliegtuig of vrachtboot; is een stuk sneller.

Wij vinden het geweldig en genieten van dit bijzondere eiland. De volgende dag trotseren we weer de enorme Swell en wandelen we naar de vulkaankrater Rano Raraku, de werkplaats waar vroeger de beelden in de rotsen werden uitgehakt. Er zijn ongeveer 150 beelden die nooit zijn afgemaakt; deze zitten nog vast in de rotswand. Je moet goed kijken en dan zie je ze en soms zijn ze heel groot. We vragen ons af hoe ze die kolossen los kregen, want ze moeten toch echt rondom uitgehakt worden. Je krijgt wel respect voor deze werkers. Verder staan of liggen er zo’n 250 andere beelden, die al een eindje vervoerd zijn. Het ziet er chaotisch uit en het is net of ze abrupt gestopt zijn. Sommige beelden zijn door de tijd en de erosie helemaal in de bergwand verdwenen, maar ze zijn wel 10 tot 15 meter hoog. We kijken onze ogen uit en voelen ons dwergjes naast zo’n groot beeld.
Als we later de krater in klimmen zijn er aan de binnenkant van de krater, behalve een meer, nog veel meer beelden, overal werd er gehakt en het lijkt alsof ze liggen te wachten op transport. De laatste stille getuigen van dit mysterie….Zij hebben de kaalslag overleefd……

Na een heerlijke dag komen we terug bij ons haventje. De plaatselijk visser met zijn familie nodigt ons uit voor een simpele lunch van vis, groente en fruit. Wij hadden rozijnenbrood en ander lekkers en samen kwebbelen we de middag door. We mogen die Polynesiërs wel. Als we later terug aan boord gaan krijgen we handen vol met fruit mee en kijken we voldaan terug op een fantastische dag.

De volgende dagen staan in het teken van grote golven. In het zuiden is storm geweest en we krijgen er een staartje van mee. De boten slingeren als …. laat maar! Rondom ons heen staan enorme brekers en we voelen ons, zo in het midden van de baai, redelijk veilig. Het is vasthouden geblazen en de ankerketting maakt vele kreunende geluiden en af en toe hangt ze achter een rots. Een abrupte stop in de beweging is regelmatig het gevolg……als ze maar niet breekt….. Maarten en ik weten de mast van een Amerikaan te redden en na drie dagen is de zee zoveel rustiger geworden dat we naar de volgende baai vertrekken.

We varen langs Kaap Roggeveen naar Caleta Anakena, aan de noordkant van het eiland. Daar laten we het anker vallen in kristalhelder water en vooral op zand. Eindelijk geen rammelende en rukkende ketting. Ooh… wat een genot! Voor ons ligt een hagelwit strand, omzoomd met palmbomen. Achter het strand staan op de Ahu Nau vijf prachtige beelden, waarvan vier met een uit rode steen gehakte hoed of wel een topknot.

Ondertussen hebben we honger gekregen en gaan we worstjes braden onder een palmboom. Hier begint een stukje paradijs, we hebben het niet zo slecht. We blijven totdat het donker wordt en in de verte zien we nog net onze scheepjes dobberen. Iedereen is weg , waardoor het hele strand voor ons alleen is. Als de parkwachter voorbij komt vraagt hij wat we doen met de brandende kooltjes. Hier willen ze geen brandjes, gelukkig is de Cobb veilig en belanden de kooltjes in zee. Met het laatste licht motorren we terug naar de boten en hebben we er alweer een mooie dag op zitten.

Voor de laatste keer verkassen we met z’n allen naar Hanga Roa, het enige dorp op het eiland en waarschijnlijk onze laatste ankerplek bij Paaseiland. Ook hier zien we van verre de beelden staan. Ook deze beelden zijn met behulp van een zware hydraulische kraan weer rechtop gezet. In onze moderne tijd is het zo eenvoudig om zulke gewichten weer rechtop te zetten, maar zouden we dat ook nog op de traditionele manier kunnen ?

Het dorp is heel aardig, groen, kleurrijk, knus en ruim opgezet. We voelen ons er meteen thuis. Hier is een iets groter haventje, maar ook met grote rollende golven ervoor. Met een beetje timing gaat het best en worden we zelfs niet nat. In het haventje ligt een tiental sloepen aan touwen te rukken. Hier heeft de duikclub ook z’n basis en een paar schildpadden . De eerste keer dacht ik nog, waar zit ik toch bovenop? Het was dus een schild van wel 75 cm en geen rots. Je ziet ze eerst niet, maar dan blijkt die steen toch te verplaatsen…..

Met behulp van Ana, onze vissersvrouw van Hotu Iti gaan we de plaatselijke markt over. Zij wijst ons de weg langs de beste producten en introduceert ons aan haar vriendinnen. Wij noemen dat connecties en vinden het best. De dagelijkse markt bestaat gewoon uit een rij pick-up wagens, waar de waar op uitgestald ligt en eigenlijk heel handig. De grote varkenskop lag er later nog steeds en of er iemand geweest is om deze in de soep te doen weet ik niet. Voor ons was hij een maatje te groot en eigenlijk een beetje mysterieus.

Het wordt tijd om verder te gaan, Frans Polynesië roept. Er ligt een lagedruk gebied in de weg en zo moeten we omvaren. Eerst een heel eind noord en dan naar het westen. We hebben meer dan 1500 mijl voor de boeg, een kleine 3000 km en dat met een gemiddelde snelheid van 7 km per uur. Het duurt dus nog even voor we de Gambier eilanden (Mangareva) zullen bereiken.

woensdag 30 april 2014

De Pacific of de Stille oceaan,

Ik weet niet wie de naam bedacht heeft, maar onze ervaring is ietsje pietsje anders. Het begon al in Valdivia, golven van 5 meter hoog, dat was niet zo erg, de wind was er ook en kwam grotendeels uit dezelfde richting. Een dag later is de wind weg en natuurlijk blijven de golven doorlopen, gevolg….het wordt al wat onrustiger. De boot slingert lekker door en de zeilen vangen weinig wind en flapperen heen en weer en als de wind helemaal weg valt zetten we de motor aan, gaan de zeilen neer en daarmee is het irritante geklapper eerst over. Zo varen we de eerste nacht door. Later pakt de wind weer normaal op en zeilen we verder tot aan Robinson Crusoë. De ankerplek aldaar was voor ons een dramaplek, maar daarover hebben we al geschreven. Onrust! Verder komt er om 21.00 uur nog een tsunami alarm, waardoor we een groot deel van de nacht, voor de dag van vertrek, op zee doorbrengen en dat draagt niet bij tot onze rust. Gelukkig geen vloedgolf gehad.

We gaan verder; de volgende 1800 mijl naar Paaseiland worden uiteindelijk onze zwaarste mijlen tot nu toe. Niet dat er storm is of slecht weer, nee het is een probleem van net te weinig wind en verwarde zee. De golven zijn steeds kort en toch nog hoog en komen steeds uit verschillende richtingen. Verder zijn er continu buien in de omgeving en die verstoren het weerbeeld helemaal. Plotseling komt de wind uit een heel andere richting en als die dan na een uurtje weer terug is zijn de nare golven ook van richting veranderd. Weer onrust. SantanA heeft het niet fijn, de zeilen slaan als een gek waardoor de mast en giek staan te trillen op hun fundering; alles rammelt en knettert en het doet ons zeer. Hoe lang gaat dat nog goed zo, meer uit het oogpunt van schade aan mast en zeilen. De boot loopt nog steeds een mijl of vier en dat is nog te goed om te gaan motorren, maar voor het tuig is het zeker niet goed. We proberen van alles, eerste rif, het tweede en zelfs het derde. Fok op en weer weg, kluiver bij, kluiver op de boom. Een boom uitzetten is al geen kattepis en hem om de haverklap op en neer zetten is geen optie

De halfwinder gaat bij en dan hebben we het over wel ff over 190 vierkante meter zeil. In het begin gaat het nog wel goed, ze blijft net staan. Wel…dan zijn er weer buien in de buurt met net even teveel wind en het ding kan weer naar beneden. Eén keer waren we daar net te laat mee, de wind nam even toe tot 16 knopen, de val brak en we zagen rood wit blauw voor de ramen langs zeilen. Tjee, daar gaat de halfwinder…..@#$^&*~#, ze ligt in ’t water en wij speren als een gek naar buiten. Probeer zo’n lap dan maar eens naar binnen te sjorren. Wonderbaarlijk genoeg ging dat nog wel goed, maar de slurf bungelde ook nog achter het schip. Deze was een soort zak geworden doordat ie lekker rond draaide en was volgelopen met een kubieke meter water erin. Toch wel zwaar voor twee personen die over de reling hangen. Nou ja, na een half uurtje hangen en trekken liep het water er dan toch uit en was alles weer aan dek. Voorlopig maar even geen halfwinder meer!

Wat nu… Uiteindelijk hebben we ons enkele dagen laten voortzeilen onder stormtuig en er was niet zoveel wind! De fok op een boompje deed het prima en met het derde rif erbij bleven de zeiltjes wind vangen. Zo kwamen we nog met een 3 knopen vooruit en sloegen ze niet kapot. Wat een rust.

De dagen erna kwam er van tijd tot tijd meer wind en werd de kluiver ingezet. Beide voorzeilen op de boom en met uitgestrekte vleugels ploegde SantanA voort. De golven waren nog steeds warrig en kort en als de wind het weer eens liet afweten dan sloeg de kluiver behoorlijk, maar het ging. Later op Paaseiland hebben we de kluiver gestreken en zijn een paar uur met de naaimachine in de weer geweest om de UV bescherming weer te repareren van het onderlijk; deze was helemaal uit de naad geklapt. Gelukkig was het zeil niet kapot geslagen.

Dagenlang zijn we in de weer geweest met het wisselen van de zeilen, lijntjes spannen en ga zo maar door en de boot slingerde voort. Toch ….elke dag kwam ons doel dichterbij en net voor eerste Paasdag kwam ons eiland in zicht. De laatste 20 mijl, het is nog nacht, weer een bui en de wind draait meer dan 180 graden. We gaan de verkeerde kant op. Shit, ik ben het zat, ik roep Trees erbij en samen laten we alle zeilen zakken en gaan op motor verder. Die paar mijlen …die doen we op motor, wat een onrust.

Paaseiland is geweldig en dat op eerste Paasdag, net als Roggeveen in 1722, die het toen ook voor het eerst zag……de Moai’s. Twee dagen gaat het goed en liggen we prima in onze baai, maar er heerst storm ver op de zuidelijke Pacific. Gevolg… er komt een golfsysteem op ons af met golven van wel 6 meter hoog. De baai waar we nu liggen is het meest beschut, ook volgens de Armada en de plaatselijke vissers. Meer dan twee dagen liggen we vreselijk te slingeren , bruisen de golven om ons heen. De brandingsgolven zijn enorm en best wel dichtbij en ook nog aan alle kanten van ons, wat een geweld, maar alles gaat goed. Net als de vorige 18 dagen slingeren we haast het bed uit en moet alles meer dan zeevast. Pfff….wat een onrust.

Als de golven in de eerste nacht op z’n hoogst zijn komt er van een Amerikaan met een Amel 54 een noodoproep. Zijn verstaging was al kapot en nu dreigt hij zijn beide masten te verliezen. Maarten van de Pinta en ik gaan er in het donker op af en weten na 6 uur buffelen de mast te redden. Alle touwen die er aan boord zijn worden ingezet en daarmee is het gevaar van ontmasten geweken. De man blij, hij was niet verzekerd. Wij zijn trots op ons zelf, dat we dat toch maar gefikst hebben, maar wat een onrust.

Dus dit is de andere zijde van de Stille Oceaan, maar we zijn op Paaseiland met Pasen.

zondag 30 maart 2014

Robinson Crusoë Eiland

 
Ons eerste tropische eiland in de enorme Pacific, het begin van een nieuw avontuur. Eilanden die gekenmerkt worden door hoge steile bergen met witte palmboomstrandjes, schattige huisjes pal achter het strand en een heerlijk weertje. Hier zien we nu al naar uit.

De dagen na ons vertrek uit Valdivia zijn niet ideaal, maar door de pittige wind uit het zuiden maken we goede voortgang en droppen we na ruim drie dagen ons anker in Bahia Cumberland. Het waait stevig, de hemel is onbewolkt en er schijnt een lekker zonnetje, dat is leuk aankomen op ons eerste tropische eiland. Van de Caledonia wisten we al dat zij de laatste tien dagen alleen regen hebben gehad en dit als een teleurstelling hebben ervaren. Het eiland ziet er vanaf de ankerplek uitnodigend uit, de 800 meter hoge bergen rijzen steil omhoog met woeste pieken en groene dalen. We willen dan ook graag aan land om alles te bekijken.

Helaas blijft het de volgende dagen regenen en stellen we ons landbezoek maar even uit. Na een paar dagen komt er een droog moment en gaan we aan land, samen met de Jurgen en Claudia. We bezoeken de plaatselijke bierbrouwer, Claudio. We hebben wel eerst een afspraak gemaakt, want de bierbrouwerij is iets wat hij naast z'n werk doet.
Een bierbrouwer op een eiland van 1000 inwoners, dat is geen grote afzetmarkt of ze moeten veel drinken, waar moet je de omzet aan bier anders vandaan halen? Allemaal vragen en ook antwoorden. De vrachtboot komt één keer in de drie weken en brengt alle bestelde goederen mee. Op de terugweg gaan de op het vasteland bestelde flesjes bier mee terug. Hij produceert ca. drie duizend flesjes bier per maand. Er zijn vier verschillende smaken en elk soort heeft zijn eigen kenmerk: donker, licht, beetje zoeter. Ons smaken ze allemaal goed en we nemen een paar flesjes mee voor later. Het bedrijfje staat hoog in de heuvels, is niet groter dan een garage en ziet er professioneel uit. Wel wordt alles met twee paardjes op en neer vervoerd. Het pad is steil, modderig en heel smal en het uitzicht vanaf z'n terras is schitterend, zeker als we ook nog eens getrakteerd worden op de volle maan. Het geeft ons meteen het Robinson Crusoë gevoel.

Beneden aan de waterkant is het anders. Als gevolg van de tsunami in 2010 is hier alles weggevaagd. De oude huisjes, de visafslag en vele mensen werden de oceaan ingesleurd. Nu wordt alles weer herbouwd en ziet het voor ons eruit als een grote bouwput. Vele nieuwe huizen worden in hout uitgevoerd. Ze mogen bomen kappen, wel eerst vergunning vragen, die niet inheems zijn. Zo hebben ze gratis bouwmateriaal, verder is er veel subsidie o.a. uit Zwitserland. De Zwitserse afgezant is er ook en heeft een mooie glanzende nieuwe folder meegenomen, met wandelroutes en duiklocaties, die weer uitgegeven kan worden bij de Toerist information. Hoeveel toeristen hier komen………?
Er is een vliegveld, maar het schijnt dat je alleen met de boot (Cruz del Sur) weer bij het dorp kunt komen, een uurtje varen. Het doet een beetje vreemd aan, dat ze ook op het niveau waar de tsunami alles heeft weggevaagd, weer nieuw bouwen. Hebben ze wel een risico-inventarisatie gedaan ……?

Twee dagen later is het anders, de regen maakt plaats voor de wind en de komende dagen krijgen we 20 tot 30 knopen wind uit het zuiden, dus niks aan de hand. Achter het eiland liggen we mooi beschut tegen de zuidenwind. Toch hebben we niet zulk slecht weer gehad sinds Argentinië en op het mooi beschut liggen hebben we ons een beetje verkeken.
Onze ankerketting is halverwege achter een rots blijven steken en zo draaien we nu rondjes achter een steen. Gelukkig maar want de ankergrond is erg rotsig en dat geeft geen goed gevoel. De bergen pal voor ons zijn behoorlijk steil en hoog en de zuidenwind vindt z'n weg door het dal en stuwt de wind als Rachas naar beneden. Het lijkt wel alsof de 30 knopen wind zich in haar baan naar beneden verdubbelt. Je ziet als het ware een windwolk naar beneden komen, het zeewater wordt omhoog gezogen en wappert gewelddadig over ons heen. We schudden en gieren met een ongelofelijke snelheid heen en weer. Alles rammelt en wij kijken dan om ons heen of het allemaal wel goed gaat. Het zijn seconden en dan is het weer even over, om vervolgens de volgende klap te incasseren en wat een lawaai. We liggen goed achter onze rots, maar wat word je er onrustig van. De afgelopen nacht was het waarschijnlijk nog iets erger. Santana slingerde wreed achter haar ketting, die geweldig veel lawaai maakt over de rotsachtige bodem. We hebben twee touwen met een haak op de ketting staan, een spruitstuk, om de ergste klappen op te vangen. De twee stukken touw van 35 mm piepen en kraken en worden verder uitgerekt dan ik voor mogelijk hield, toch gaat alles goed en vangen de touwen en ketting de Rachas van meer dan 100 km per uur goed op. In onze hut voor in het schip is het een lawaai van jewelste, alle kettinggeluiden worden perfect doorgegeven en wat dacht je van het knarsen, piepen en schuren van de touwen. Na twee slapeloze nachten heeft Trees er genoeg van en laat mij alleen en gaat achter in het zeebed slapen. Daar is het een stuk rustiger.

Volgens de gribs houden we dit weer een week, erg vervelend, want je kunt verder niks. De bijboten (zonder motor) draaien rondjes achter de boot, ze vliegen in de wind, liggen op de kop en een seconde later weer normaal, nee dat wordt het niet. Het aan land gaan is al net zo gevaarlijk, daar moeten we ons onder de steiger worstelen met hoge swell, dus blijven we aan boord en lezen het ene boek na het andere en wachten ongeduldig af tot de wind daadwerkelijk afneemt. Het zal nog wel een paar dagen duren.

De Pinta is ondertussen ook aangekomen en gedeelde smart is halve smart, dus samen gaan we alle kanten uit, houden contact via de marifoon en gaan als het kan aan land.
Dagen later wordt het ons dan eindelijk gegund om het beroemde uitzichtpunt van Alexander Selkirk te bezoeken. Het uitzicht over de baai is fraai en als de wolken even optrekken zien we zelfs de andere kant van het eiland. Zo hebben we na twee weken toch nog een aardig beeld van dit eiland en haar bewoners.

Juan Fernandez, ons eerste tropische eiland en ons verblijf hier hadden we ons iets anders voorgesteld, wat meer zon, minder wind en regen. Nou ja, iets te wensen moet er blijven.

dinsdag 11 maart 2014

Bijna een aanvaring


We zijn onderweg naar de eilanden van Mechuques, aan de zuidkant van Golfo de Ancud. Het weer is prachtig, geen wind en veel zon en een aangename temperatuur. Zoals gewoonlijk in Chili varen we onder motor bij gebrek aan wind. Er varen op enige afstand vissersschepen om ons heen. De meeste hebben geen uitlaat en je hoort ze al van verre aankomen. Natuurlijk kijken we regelmatig om ons heen, we willen geen ongewenste verrassingen en in de verte zie ik wat glimmen. Ik pak de verrekijker erbij, maar zie niks bijzonders, alleen wat wit schuim. Even later hoort Trees geen uitlaat lawaai, maar een long distance fontein: Walvissen!!

Ja.. en vlakbij, grote fonteinen aan de horizon en ze komen naar ons toe. Op de kaart zie ik dat we net op de rand zitten van dieper water en deze jongens zijn vast hapjes aan het zoeken. We wachten af wat er gaat gebeuren, komen ze dichterbij en kunnen we wat zien. Men zegt dat er hier Blauwe vinvissen voorkomen. Het zijn er twee! Zowel aan bakboord als aan stuurboord zit er een en ze spuiten wel vaak. Ze moeten vlak aan de oppervlakte zitten. De eerste is weer omgedraaid en zwemt weer van ons af en de andere…..? Plotseling komt die pal naast de boot boven en wat een geweld… Zijn ademgat is zo groot dat er wel een grote emmer in past. Het is wel een beetje schrikken, ze zijn groter dan SantanA en dat maakt indruk en zo onverwachts als zij boven komt is ze ook weer weg. Verderop komt ze weer boven en laat duidelijk haar positie zien. Beide vinvissen zoeken elkaar op, zijn even samen, en gaan verder met foerageren.  

Wij varen heel langzaam verder en zo genieten we een klein half uurtje van hun aanwezigheid. Verderop zit er nog eentje. Dit maal is de 10 tot 12 (volgens ons walvissenboek) meter hoge fontein in het zonlicht goed te zien en nog beter te horen. We varen er recht op af. Het grootzeil stond ook nog steeds op en er is een briesje gekomen en zo kan de motor uit. Rust ..en we sukkelen rustig verder en wachten af wat er nu gaat gebeuren. Ja hoor… net als bij die andere komt deze ook even langs vliegen en wat zijn ze groot. Dit soort komt niet zo ver boven water en je ziet alleen een deel van de rug. Hoewel die is al groot genoeg. Trees ziet hem zelfs op z’n zij gaan. De staart komt namelijk boven water en wel dwars. Eerst denken we dat het een grote Orca is, maar dat is niet logisch. Later lezen we dat deze dieren op hun zij gaan liggen en zo eten, de staart komt op deze manier boven.

Aan de fontein zien we dat we weer op aanvaringkoers liggen en weer komt ze heel dichtbij boven en scheert voor ons langs… Ze duikt en weg is ze. Wat is de natuur toch geweldig en spannend tegelijk. Steeds vraag je jezelf af ..was dit het of komt er nog meer. Aan de fontein zien we dat ze zich van ons verwijderen. Zo dat was het, geweldig. We kijken natuurlijk rondom ons heen en leggen de boot weer op koers. Plotseling, uit het niets komt Moby Dick pal voor ons boven. Ze is zo dichtbij dat ze tegen ons aan moet schuren. We schudden van opwinding en zien de staart langs ons heen door het water glijden. Tjonge wat een joekel. Voor foto’s heb ik nu echt de verkeerde lens op het toestel zitten. Nu had het groothoek moeten zijn. We zien haar nog een paar keer boven komen en dan is het over en kunnen we ons concentreren op onze ankerplek en kijken we voldaan terug op deze bijzondere dag.

Ondertussen zijn we in Valdivia aangekomen, na een roerig ritje op de woelige baren. Als starter krijgen we swell en geen wind, maar na 5 uur op de motor komt er wind uit de voorspelde richting (zuid) en deze loopt op tot 35 knopen. Eigenlijk mag het van ons wel iets minder, maar zoals gewoonlijk is het alles of niets. Op afstand zien we 6 hoge fonteinen en ze schitteren in de zon.

Valdivia, hier wacht een nieuwe uitdaging van een geheel andere orde. Hoe moet je een zeilboot bevoorraden voor een jaar en niet laten zinken. Op de Pacific zijn nauwelijks winkels en als er wat is is het er heel duur. Dus zoveel mogelijk meenemen. Ook op SantanA vinden we plekken waar normaal gesproken geen voorraden liggen.

Nog nooit hadden we 2100 liter diesel aan boord en nog meer aan water en al helemaal niet de hoeveelheden bloem en blikjes. Sommigen hebben wel 200 ltr. wijn aan boord, wij beperken dit tot ongeveer 50 ltr. Het probleem is waar moet je ophouden? In ieder geval voordat de boot zinkt. Er zijn boten geweest die van alles moesten achterlaten en nog net een pak pasta aan boord konden leggen, voordat de wastafel overliep. Zo bont hoeven wij het niet te maken. Ons schip kan heel wat dragen. Toch zakken we ruim door de waterlijn en die was al tien centimeter extra hoog opgetrokken. Het is genoeg…we moeten weg, op weg naar het eiland dat het verst (6500 km) van elke andere beschaving ligt.

Paaseiland, onze nieuwe bestemming.